Meer betalen dan de maximale betalingscapaciteit?

Verzoeker klaagt erover dat zijn verzoek om kwijtschelding gemeentelijke belastingen is afgewezen. Meer specifiek klaagt hij er over dat hij meer betaalt per maand dan zijn vastgestelde betalingscapaciteit en dat zijn in aanmerking te nemen inkomen tussentijds niet lager is vastgesteld naar aanleiding van een inkomensdaling. Tot slot klaagt verzoeker erover dat hij met verschillende medewerkers te maken heeft gehad, brieven te laat worden beantwoord en de datering van sommige brieven niet klopt. Met betrekking tot de norm goede motivering concludeert de Ombudscommissie het volgende. Met de correctie in de beroepsprocedure is de berekening correct toegepast, zeker nu de maandelijkse en derhalve ook de jaarlijkse betalingscapaciteit correct zijn berekend. Dit betekent dat verzoeker per maand wat meer betaalt dan zijn maximale maandelijkse betalingscapaciteit, echter dit wordt weer gecompenseerd door een kortere looptijd. Hij betaalt echter nooit meer dan de jaarlijkse betalingscapaciteit. Bij brief van 29 juli 2012 merkt verzoeker op dat hij in mei/juni te maken heeft gehad met een flinke inkomensdaling en hij verzoekt daar rekening mee te houden. De Ombudscommissie concludeert dat tot de uitspraak op het administratief beroep rekening gehouden kan worden met verandering van inkomen. Daarna kan de inkomensvaststelling niet meer tussentijds gewijzigd worden en is dit alleen mogelijk bij een nieuwe aanslag, waar opnieuw kwijtschelding voor kan worden verzocht. Het gaat immers bij een inkomensdaling om een hernieuwd verzoek om kwijtschelding (op basis van nieuwe feiten). Dit kan niet meer nadat er een besluit is genomen op het administratief beroep. Tot slot merkt de Ombudscommissie dat zij het een positief gebaar vindt van de gemeente, dat het administratief beroepschrift van verzoeker ambtshalve in behandeling is genomen waardoor er toch een inhoudelijke beoordeling heeft plaatsgevonden. Met betrekking tot de norm goede organisatie concludeert de Ombudscommissie dat de foutieve datering, de vertraagde reactie en het onduidelijk geformuleerde onderwerp van de brief die verzonden is op 19 september, het tot een rommelig geheel maken. Hierdoor is het handelen niet behoorlijk. Echter door de excuses in de klachtafhandelingsbrief zijn de gedragingen gecorrigeerd. Voor wat betreft de klachtafhandeling merkt de Ombudscommissie op dat, nu de klacht op 27 september 2012 bij de gemeente is binnengekomen en bij brief van 11 december 2012 is afgehandeld, dit lang heeft geduurd. De gemeente biedt hiervoor in de klachtafhandelingsbrief excuus aan. De Ombudscommissie merkt verder op dat er geen hoorzitting heeft plaatsgevonden in het kader van de klachtafhandeling. Tijdens een gesprek had onder meer over de betalingscapaciteit het ??n en ander kunnen worden toegelicht. De Ombudscommissie komt dan ook tot het volgende oordeel: De gedragingen van de gemeente zijn ten aanzien van de kernwaarden: I. Open en duidelijk a. Goede motivering: behoorlijk. II. Eerlijk en betrouwbaar a. Goede organisatie: niet behoorlijk, maar gecorrigeerd. III. Klachtafhandeling: onzorgvuldig. Daarmee is de klacht van verzoeker deels gegrond.
Lees hier het rapport