werkwijze van haar contactpersoon bij de sector Sociale Zaken en over de manier waarop haar klachten zijn behandeld.

Verzoekster klaagt over de werkwijze van haar contactpersoon bij de sector Sociale Zaken en over de manier waarop haar klachten zijn behandeld. Als het gaat om de afhandeling van de klacht van verzoeksterconstateert de Oo dat: - de klachtbehandeling te lang heeft geduurd, wettelijke termijnen zijn niet nageleefd. - de klachtbehandelaar op zeker moment contact opneemt met de sociaal raadsvrouw van verzoekster en er dan van uit gaat dat zij verder de boodschap overbrengt. Nog afgezien van het feit dat dit niet de taak van de sociaal raadsvrouw is en er minstens een schriftelijke reactie richting verzoekster had moeten komen waarin dat wat besproken was werd vastgelegd, getuigt dit van weinig respect voor de persoon van verzoekster. Er wordt niet met, maar over haar gesproken. -er pas een schriftelijke klachtafhandeling volgt na melding van de klacht bij de Oo en vragen van de Oo over de afhandeling. Maar ook dan is er kennelijk geen aanleiding verzoekster persoonlijk te spreken. Naar de mening van de Oo is het in gevallen als deze onvoldoende alleen telefonisch contact te hebben over een klacht. Zoals het telefoongesprek kennelijk is verlopen, was er aanleiding persoonlijk met elkaar om tafel te gaan zitten. Dit lijkt eens te meer aan de orde als de klacht wordt voortgezet en de Oo aangeeft dat de gemeente nog even tijd heeft het zelf af te handelen. De Oo doet de aanbeveling de klachtenprocedure zorgvuldig te voeren en in ieder geval schriftelijk richting klager af te ronden. Verder wil verzoekster wil graag een andere contactpersoon. Naar het waarom gevraagd, geeft zij aan de huidige consulent niet goed luistert, dwingend is en dat zaken bij een ander een andere uitkomst zouden hebben gehad. De gemeente stelt dat dit laatste niet het geval is. Elke consulent volgt het beleid dat werken voorop staat. Vastgesteld kan worden dat de handelwijze van de consulent in ieder geval bij verzoekster als bedreigend is overgekomen. De Oo merkt op dat dit voorstelbaar is; het in de ogen van de gemeente niet voldoende meewerken aan een re?ntegratietraject heeft heden ten dage forse gevolgen. Dat een cli?nt bij uitleg hierover zich onder druk gezet voelt is te begrijpen. De Oo kan echter niet meegaan met de mening van verzoekster dat er bij een andere consulent een andere uitkomst zou zijn geweest. Wellicht had zij meer het gevoel gehad dat er naar haar was geluisterd, maar het resultaat zou hetzelfde zijn geweest. Uit wat verzoekster meldt over de contacten met de consulent kan niet eenduidig worden afgeleid dat de bejegening door de consulent duidelijk onvoldoende zou zijn geweest. Er is niet echt een feitelijke onderbouwing van de zijde van verzoekster. De mening van verzoekster staat hier tegenover de mening van de gemeente. Oordeel Fatsoenlijke bejegening en voortvarendheid in de klachtenprocedure: niet behoorlijk. Voor het overige geen oordeel mogelijk.
Lees hier het rapport