Voldoende inzage gegeven in onderliggende rapportage?

Verzoeker dient aanvragen in bij het college voor een vergunning Drank- en Horecawet en bij de burgemeester voor een exploitatievergunning. De gemeente deelt aan verzoeker mee dat op grond van de Wet Bibob een onderzoek zal plaatsvinden. Het Bibob-rapport is voor de gemeente aanleiding de gevraagde vergunningen te weigeren. Het voornemen daartoe wordt aan verzoeker per brief meegedeeld. Hierbij wordt aan verzoeker de gelegenheid geboden zienswijzen in te dienen en om het Bibob-advies in te zien. Bij het indienen van zienswijzen geeft verzoeker aan dat er meerdere versies van het Bibob-advies zijn geweest en dat verzoeker niet in de gelegenheid is geweest deze in te zien. De gemeente deelt mee dat het juist is dat er twee eerdere versies van het rapport zijn geweest. Er is bij de inzage gemeld dat er eerdere versies zijn geweest. In de brief hierover geeft de gemeente aan dat ?men het blijkbaar desondanks niet nodig heeft geacht deze versies in te zien?. Verzoeker krijgt daartoe alsnog de gelegenheid en kan aanvullende zienswijzen indienen. Het is volgens verzoeker onjuist dat er expliciet is gewezen op eerdere versies. Behalve over de onjuistheid van de door de gemeente gemelde feiten, wordt aan de orde gesteld dat genoemde zinsnede zorgt voor een beschuldigende vinger naar verzoeker en haar adviseur. In haar klachtbehandelingsbrief geeft de gemeente aan dat het gevoerde onderzoek geen aanleiding geeft te twijfelen aan de integriteit van de medewerker als be?digd ambtenaar van de gemeente. Ook is het volgens de gemeente van belang dat bij aanvang van de inzage de begeleidende brief van Bureau Bibob aan verzoeker is overgelegd. In die brief wordt melding gemaakt van twee eerdere versies. Zowel verzoeker als haar adviseur hebben deze brief gelezen en konden dus in ieder geval op de hoogte zijn van het bestaan van eerdere versies. Derhalve is er geen nadeel ondervonden van het beweerdelijk niet gedaan zijn van de mondelinge mededeling, waarmee de praktische betekenis van de klacht vervalt. De klacht wordt ongegrond verklaard. Oordeel: - als het gaat om de vraag welke informatie er is verstrekt heeft de Oo geen oordeel. - de klachtbehandeling is onvolledig geweest. In het kader van de klachtbehandeling door de gemeente is de klacht over de gewraakte zinsnede niet aan de orde geweest. Oo constateert dat de gemeente ook op dit punt haar standpunt had dienen te bepalen.
Lees hier het rapport