De deurwaarder die handelt op eigen initiatief

Verzoeker klaagt erover dat de gemeente ondanks gemaakte betalingafspraken de deurwaarder heeft ingeschakeld. Verzoeker en de gemeente hebben in het verleden een overeenkomst gesloten tot betaling van verbeurde dwangsommen en kosten. Afgesproken is onder meer dat verzoeker ieder kwartaal een bedrag zal voldoen. Op 23 april 2013 wordt aan verzoeker een dwangbevel uitgevaardigd door de deurwaarder. Verzoeker geeft aan dat zij niet begrijpt dat de deurwaarder op 23 april 2013 bij haar langs kwam met het dwangbevel. Ze geeft aan dat ze niet te laat was met het betalen van de betreffende termijn, hiervoor had ze nog de tijd tot en met 30 april 2013. Het langskomen van de deurwaarder, in de zaak, terwijl er ook veel publiek aanwezig was, heeft verzoeker zeer geraakt. Tijdens de hoorzitting geeft de gemeente aan dat er geen opdracht gegeven is aan de deurwaarder om een dwangbevel uit te reiken aan verzoeker. De deurwaarder bevestigt dit, het is intern door de deurwaarder zelf bepaald. De Ombudscommissie concludeert dat uit de verklaring van de gemeente en de deurwaarder blijkt dat het uitreiken van het dwangbevel op 23 april 2013 niet is gedaan in opdracht van de gemeente. Het is de Ombudscommissie niet duidelijk geworden waarom de deurwaarder een dwangbevel heeft uitgevaardigd, terwijl verzoeker haar betalingsverplichtingen nakwam en de gemeente geen opdracht heeft gegeven aan de deurwaarder. De gemeente had door dit eerder te erkennen, hier informatie over te verstrekken en hier excuus voor te maken verzoeker tegemoet kunnen komen. Nu is het voor verzoeker onduidelijk gebleven waarom de deurwaarder in actie kwam en op wiens initiatief dit is gebeurd. De Ombudscommissie is dan ook van oordeel dat verzoeker er op had moeten kunnen vertrouwen dat er geen deurwaarder in de zaak zou komen nu ze haar overeengekomen betalingsverplichtingen was nagekomen. Ook is de Ombudscommmsisie van oordeel dat door het houden van een hoorzitting dit onderdeel van de klacht naar voren had kunnen komen en direct uitleg gegeven had kunnen worden. De Ombudscommissie komt dan ook tot het volgende oordeel: I. Eerlijk en betrouwbaar a. betrouwbaarheid: niet zorgvuldig. II. Klachtafhandeling: voor wat betreft het onderdeel van de klacht dat zich richt tegen het inschakelen van de deurwaarder, niet zorgvuldig. Daarmee is de klacht van verzoeker gegrond.
Lees hier het rapport