Wordt klager wel serieus genomen in haar bezwaren tegen het verlenen van een bouwvergunning aan een derde?

Verzoekster is het niet eens met de wijze waarop de gemeente is omgegaan met haar bezwaren tegen vergunningverlening voor een woning aan de Reviusstraat in Hengelo. Klachten hierover worden volgens haar niet serieus genomen. Bezwaarprocedure Als het gaat om de gang van zaken rond de afhandeling van het bezwaarschrift van verzoekster erkent de gemeente dat hierbij zaken misgelopen zijn. Zo is er niet direct onderkend dat het bezwaarschrift niet binnen de termijn van zes weken na bekendmaking van het besluit aan de aanvrager van de vergunning is ingediend. Pas nadat er overleg is geweest over een datum voor een hoorzitting, wordt duidelijk dat de bezwarentermijn is overschreden. Verzoekster verkeert dan nog in de veronderstelling dat zij gehoord zal worden. Vervolgens komt er geen hoorzitting meer en wordt het bezwaar niet ontvankelijk verklaard. De gemeente geeft aan dat hieruit lessen zijn getrokken. Naar de mening van de Oo had het op de weg van de gemeente gelegen dan ook ruiterlijk excuses voor deze gang van zaken aan te bieden. College of ambtenaar Verzoekster verwacht dat, als zij zich richt tot het college of een bepaalde ambtenaar, er antwoord volgt van degene tot wie zij zich richt. De Oo onderschrijft op dit punt het standpunt van de gemeente. Ambtenaren hebben op grond van mandatering een bevoegdheid om namens het college van burgemeester en wethouders als dagelijks bestuurders, zelfstandig te handelen. Zo zal een klacht die aan het college is gericht in eerste instantie door de klachtenco?rdinator worden opgepakt. Deze gang van zaken is gebruikelijk in alle gemeenten; Hengelo is hier zeker geen uitzondering. De Oo constateert dan ook dat op dit punt niet kan worden gesproken van bij verzoekster gerechtvaardigde verwachtingen. Natuurlijk kan het college een ambtenaar ?terugfluiten?, maar dit is een bevoegdheid waar de Oo verder niet in treedt. Legaliseren Het komt bij verzoekster vreemd over dat een burger ?maar wat doet? en dat de gemeente dan achteraf de zaak ?legaliseert?. Zij verwacht van de overheid een andere houding. De Oo begrijpt dat in de visie van verzoekster op deze manier de burger die het risico op moeilijkheden achteraf neemt, in schril daglicht staat tot burgers die zich netjes aan de regels houden en vergunning vooraf vragen. Het is ook zeker niet de bedoeling dat men maar wat aanrommelt, maar als de gemeente met voldongen feiten wordt geconfronteerd zal zij volgens de spelregels de zaak moeten afronden en dat betekent gezien de jurisprudentie dat men moet nagaan of er alsnog een vergunning verleend kan worden (legaliseren). Dit is de juridisch correcte gang van zaken, die overigens voor een bouwer geen garantie biedt dat legaliseren ook steeds mogelijk is. De Oo constateert dat de gemeente op dit punt de juiste procedures volgt. Bezwarencommissie Verzoekster heeft aangegeven dat zij haar twijfels heeft bij de onafhankelijkheid van de bezwarencommissie van de gemeente. Dit naar aanleiding van een krantenartikel waaruit bleek dat de zoon van een commissielid het hoofd van de afdeling vergunningen bij de gemeente is. Ten tijde van de hoorzitting van de Oo is door de gemeente aangegeven dat die relatie er nu niet meer is. Bij het bezwaar van verzoekster was dat echter nog niet het geval. Een en ander roept weliswaar de schijn op van belangenverstrengeling, maar de Oo komt niet tot de conclusie dat in het geval van het bezwaar van verzoekster genoemde relatie een rol kan hebben gespeeld. Het gaat dan uiteindelijk om het optellen en aftrekken van data, die vastliggen en waaruit de vraag of men wel of niet ontvankelijk is vrij eenvoudig valt vast te stellen. Dat dit hier niet op tijd is gebeurd is niet correct, maar het al dan niet onafhankelijk zijn van de bezwarencommissie kan in dit geval geen rol hebben gespeeld. Dat er kennelijk een misverstand is over de ingangsdatum van de bezwaarperiode (datum van verzending van het besluit aan de aanvrager is bepalend en niet de datum van publicatie) doet hier niet aan af. Wat betreft de bezwarenprocedure heeft het allereerst erg lang geduurd voordat is ontdekt dat het bezwaar te laat was. Los daarvan heeft het allemaal erg lang geduurd voordat er so wie so actie kwam in de zin van het organiseren van een hoorzitting. Termijnen zijn overschreden. De Oo acht excuses hiervoor dan ook op zijn plaats. Klachtbehandeling Verzoekster heeft zich in 2010 tot de Oo gewend. Het blijkt dan dat de gemeente de klacht nog niet in eerste instantie heeft behandeld. De klachtenprocedure bij de gemeente heeft lang geduurd; er is namens de Oo herhaalde malen om afhandeling gevraagd. Een duidelijke verklaring waarom dit zo is gegaan is er niet gekomen. Verder constateert de Oo dat er bij de klachtafhandeling niet is ingegaan op het functioneren/ de samenstelling van de bezwarencommissie, terwijl duidelijk is dat een eventuele belangenverstrengeling voor verzoekster de aanleiding was toch met een klacht te komen. De Oo acht het ontbreken van aandacht hiervoor een omissie. Oordeel Opgewekt vertrouwen: niet behoorlijk, maar erkend door de gemeente als het gaat om het houden van een hoorzitting over het bezwaar. Voor het overige acht de Oo de handelwijze van de gemeente behoorlijk. Voortvarendheid: niet behoorlijk. Klachtbehandeling: niet zorgvuldig
Lees hier het rapport