Graf gekocht of graf gehuurd ?

Verzoeker is van mening dat hij in 1990 een graf heeft gekocht. Nu de gemeente anders stelt, is hij van mening dat hij niet goed is ge?nformeerd. Hij is het er daarom niet mee eens dat hij nu opnieuw zou moeten betalen. Voorts is verzoeker van mening dat de gemeente een kopie van het grafbewijs had moeten bewaren. Nu er geen kopie meer van het grafbewijs of van de grafkaart bestaat kan de Ombudscommissie niet nagaan wat in de overeenkomst heeft gestaan die in 1990 is afgesloten tussen verzoeker en de gemeente. De Ombudscommissie kan zich dan ook geen oordeel meer vormen over de informatieverstrekking zoals deze in 1990 heeft plaatsgevonden. Met betrekking tot de informatievoorziening vanaf juni 2010 over het graf van de echtgenote van verzoeker is de Ombudscommissie van oordeel dat de gemeente diverse pogingen heeft gedaan om verzoeker van informatie te voorzien. Zo zijn er twee gesprekken geweest en heeft de gemeente in meerdere brieven nadere informatie verstrekt. De Ombudscommissie is van oordeel dat er vanaf juni 2010 sprake is van adequate informatieverstrekking door de gemeente. Met betrekking tot de administratieve nauwkeurigheid overweegt de Ombudscommissie dat verzoeker van het begraven van zijn vrouw indertijd een grafbewijs heeft ontvangen. Verzoeker heeft het grafbewijs niet meer en heeft de gemeente verzocht om een kopie. De gemeente heeft aangegeven het grafbewijs ook niet meer te hebben. De Ombudscommissie is van oordeel dat het niet behoorlijk is dat de gemeente het grafbewijs niet meer in haar bezit heeft. Uit de selectielijst voor archiefbescheiden van gemeentelijke en intergemeentelijke organen blijkt dat bescheiden betreffende de grafrechten minimaal 7 jaar na vervaldatum moeten worden bewaard. De Ombudscommissie is dan ook van oordeel dat de gemeente op dit punt niet-behoorlijk heeft gehandeld. Voor wat betreft de klachtafhandeling merkt de Ombudscommissie het volgende op. In de klachtafhandelingsbrief van de gemeente wordt geconcludeerd dat ? nu de overeenkomst betreffende de grafrechten niet meer aanwezig is, - er geen oordeel meer kan worden gegeven of de informatie die destijds, 20 jaar geleden, is verstrekt juist en volledig is geweest. De Ombudscommissie is het daarmee eens. Wat echter ontbreekt in de afhandelingsbrief is dat de gemeente geen motivering geeft waarom die overeenkomst- die wel aanwezig had moeten zijn- ontbreekt, dit verzuim erkent en daarvoor haar verontschuldiging aanbiedt. Op dit punt is de klachtafhandeling niet volledig. De Ombudscommissie komt dan ook tot het volgende oordeel: I. Adequate informatieverstrekking: voor zover het de gedragingen vanaf juni 2010 betreft, behoorlijk. II. Administratieve nauwkeurigheid: niet-behoorlijk. Daarmee is de klacht van verzoeker gedeeltelijk gegrond. III. Klachtafhandeling: niet zorgvuldig.
Lees hier het rapport