Korten op uitkering terwijl daar niets tegenover staat

Verzoekster meldt dat haar ouders van de contactpersoon bij de gemeente onvoldoende ondersteuning kregen toen zij werden geconfronteerd met wijziging van hun bijstandsuitkering. De ouders van verzoekster ontvangen van de gemeente Hengelo een uitkering op grond van de Wet Werk en Bijstand. De gemeente deelt schriftelijk mee dat de uitkering wordt gewijzigd omdat er een medebewoner is gekomen, waarmee de persoonlijke situatie veranderd is. De bijstand wordt met 10% verlaagd nu de noodzakelijke kosten van het bestaan met de medebewoner, een meerderjarige zoon, kunnen worden gedeeld. De zoon heeft echter geen inkomen en door zijn persoonlijke problemen is het verkrijgen van een uitkering moeizaam. Hij werkt niet mee. Tegen het verlagen van de uitkering staat bezwaar en beroep open. Daar heeft men geen gebruik van gemaakt binnen de wettelijke termijn van zes weken. Daarmee staat het besluit nu vast. De contactpersoon zal de beslissing niet wijzigen; ook een andere contactpersoon zal dat niet doen. Het is de Oo niet gebleken dat de informatievoorziening van de kant van de gemeente onvoldoende is geweest als het gaat om het recht op een uitkering. Uit de stukken en dat wat op de hoorzitting is besproken komt veeleer het beeld naar voren dat het misloopt omdat de inwonende zoon zijn zaken niet op orde heeft. Oordeel Adequate informatievoorziening. De informatievoorziening is niet zorgvuldig als het gaat om de communicatie over de behandeling van de brief van verzoekster; voor het overige is de Oo niet gebleken dat er door de gemeente onzorgvuldig zou zijn gehandeld. Klachtbehandeling De klachtafhandeling is niet behoorlijk geweest; dit is door de gemeente erkend en er zijn excuses aangeboden.
Lees hier het rapport