Geen salaris en geen uitkering.

Verzoeker klaagt erover dat ze gedurende de aanvraag om een uitkering, geen goede en volledige informatie verstrekt heeft gekregen door de gemeente. Hierdoor heeft verzoeker het vertrouwen gehad dat het wel goed zat met haar verzoek om een uitkering. Tot slot klaagt verzoeker erover dat haar echtgenoot 2,5 maand heeft gewerkt zonder dat hier een uitkering tegenover stond Met betrekking tot de informatieverstrekking concludeert de Ombudscommissie allereerst dat om aangemerkt te worden als zelfstandige een combinatie van belang is. Een combinatie van inschrijving bij de Kamer van Koophandel en het verrichten van bedrijfsmatige activiteiten of voorbereidingshandelingen. In het geval van verzoeker was vanaf het begin duidelijk dat ze in ieder geval nog ingeschreven stond bij de Kamer van Koophandel. Hierover is, zo blijkt uit de bij de stukken gevoegde e-mailwisseling, geen eenduidige informatie verstrekt, zo concludeert de Ombudscommissie. Verzoeker heeft ook aangegeven dat ze graag eerder had willen horen van de gemeente wat nu precies de belemmeringen waren op basis waarvan ze niet in aanmerking komt voor een uitkering en gezien wordt als zelfstandige. De Ombudscommissie concludeert dat het op de weg van verzoeker had gelegen om de zakelijke rekeningen op te geven. Echter de Ombudscommissie is ook van oordeel dat het op de weg van de gemeente had gelegen om haar er op te attenderen dat een combinatie van factoren er toe zou kunnen leiden dat ze aangemerkt zou worden als zelfstandige. De Ombudscommissie is van oordeel dat het goed was geweest als de informatieverstrekking hierover vollediger was geweest. Verzoeker geeft ook aan dat er onduidelijkheid bestond bij haar en haar echtgenoot over het werk dat hij heeft verricht. Zij gingen er vanuit dat het om gesubsidieerde arbeid ging en dat hier een betaling tegenover zou staan (een betaling door toekenning van een uitkering). De Ombudscommissie concludeert allereerst dat er blijkbaar begripsverwarring bestaat bij verzoeker over het werk dat haar echtgenoot verrichtte. Het is bij haar niet duidelijk of het ging om gesubsidieerde arbeid of een werkervaringsplaats. De overeenkomst die de echtgenoot van verzoeker heeft afgesloten is een werkervaringovereenkomst. De Ombudscommissie concludeert dat door het verschillend gebruik van de termen de verwarring bij verzoeker begrijpelijk is en concludeert dat de informatieverstrekking hierover beter had gekund. Voor wat betreft de klacht van verzoeker dat niet duidelijk was dat tegenover het werken bij de werkervaringsplek geen betaling zou staan en de echtgenoot van verzoeker een periode ?voor niets? heeft gewerkt concludeert de Ombudscommissie dat een werkervaringsplaats al mogelijk is vanaf de datum dat verzoeker in staat is gesteld een aanvraag in te dienen. Echter nu ingevolge de Wet werk en bijstand een werkervaringsplaats al mogelijk is vanaf de datum dat verzoeker in de gelegenheid is gesteld om een aanvraag in te dienen, terwijl de overeenkomst spreekt van een situatie waarin sprake is van een uitkering, acht de Ombudscommissie dit tegenstrijdig en verwarrend. Voor wat betreft het opgewekt vertrouwen komt de Ombudscommissie tot het volgende. Verzoeker geeft aan dat ze gedurende de aanvraagprocedure voor een uitkering steeds de indruk heeft gehad dat het wel goed zou komen met de uitkering. Ze geeft aan dat ze door de informatieverstrekking het vertrouwen heeft gehad dat het tot een uitkering zou komen. Ook het feit dat haar echtgenoot vanaf februari 2011, gedurende een periode van 2,5 maand, onbetaald werk heeft gedaan gaf haar het vertrouwen dat het met de uitkering in orde was. De Ombudscommissie heeft hierboven geconcludeerd dat er sprake is van onvoldoende informatie gedurende de intake over wanneer iemand aangemerkt wordt als zelfstandige. Ondanks dat verzoeker weliswaar de zakelijke rekeningen niet direct heeft opgegeven, is de Ombudscommissie van oordeel dat ze beter had moeten worden voorgelicht over de mogelijke gevolgen van bepaalde activiteiten of voorbereidingshandelingen als zelfstandige. Nu hier niet over gesproken is en de informatie over de inschrijving bij de Kamer van Koophandel tegenstrijdig was, is de Ombudscommissie van oordeel dat het begrijpelijk is dat er sprake is bij verzoeker van opgewekt vertrouwen dat het met de uitkering waarschijnlijk in orde zou komen. Temeer nu de echtgenoot van verzoeker een werkervaringsplaats kreeg aangeboden en hier gedurende 2,5 maand werkzaam is geweest. De Ombudscommissie komt dan ook tot het volgende oordeel: De gedragingen van de gemeente zijn ten aanzien van de behoorlijkheidnormen: I. Adequate informatieverstrekking: onzorgvuldig; II. Opgewekt vertrouwen: onzorgvuldig. Daarmee is de klacht van verzoeker gegrond. III. Klachtafhandeling: onzorgvuldig.
Lees hier het rapport