Drie keer scheepsrecht?

Verzoekers klagen erover dat ze het gevoel hebben dat parkeercontroleur K. het op hen heeft gemunt. De heer W. is de betreffende parkeercontroleur een eerste keer tegengekomen toen hij fietste in een voetgangersgebied. Deze ontmoeting is volgens verzoekers niet prettig verlopen. De tweede ontmoeting vond plaats op het gemeentehuis toen de heer W. daar een parkeerkaart kwam opwaarderen. Parkeercontroleur K. zou tegen de heer W. hebben gezegd; ?Kennen wij elkaar niet ergens van?? In augustus 2009 kwamen verzoekers de parkeercontroleur opnieuw tegen en is er door de controleur een bekeuring uitgeschreven. Verzoekers klagen erover dat de parkeercontroleur zich tijdens dit gesprek onprettig heeft gedragen en zij hebben het gevoel dat de controleur het op hen gemunt heeft. Hij zou kortaf zijn geweest en zich asociaal en agressief hebben gedragen. Tot slot beklagen verzoekers zich erover dat de parkeercontroleur in een later stadium onjuiste verklaringen heeft afgelegd. Oordeel De Ombudscommissie komt tot het volgende oordeel. De gedragingen van Stadstoezicht zijn als het gaat om: Onpartijdigheid: onzorgvuldig voor zover het betreft de opmerking gemaakt tijdens de tweede ontmoeting; Correcte bejegening/Professionaliteit: onzorgvuldig voor zover het betreft de opmerking gemaakt tijdens de tweede ontmoeting; Voor het overige kan de Ombudscommissie gezien de tegenstrijdige verklaringen geen oordeel uitspreken.
Lees hier het rapport