Kostenvergoeding van leden van de rekenkamer niet goed geregeld en dat leidt tot perikelen bij herbenoeming.

De burgemeester stelt in een gesprek met de voorzittier van de rekenkamer de declaraties van de leden van de kamer aan de orde. Hij komt met een voorstel wat wel en niet vergoed moet worden. Er is geen duidelijkheid over de vergoedingen met name als het gaat om leden van de rekenkamer die ook deel uitmaken van de rekenkamer van een andere gemeente. Welke kosten blijven voor eigen rekening en moeten kosten die niet specifiek voor Raalte zijn gemaakt niet worden verdeeld over alle gemeenten waar men zitting heeft? Het gesprek verloopt niet prettig; de rekenkamer besluit op de oude voet voort te gaan in afwachting van een definitieve regeling. De rekeningcommissie van de Raad stelt een onderzoek in naar het declareergedrag. Van drie leden van de rekenkamer blijken de declaraties transparant, van het vierde lid blijkt dat onvoldoende. De voorzitter rekenkamer heeft de declaraties van dat lid geparafeerd. Kort na het onderzoek speelt de herbenoeming van de leden van de rekenkamer. Twee leden worden herbenoemd, twee andere niet. De Raad geeft hierbij als achtergrond ? ter bescherming van betrokkenen- dat het voorkeur verdient dat er een rooster van aftreden komt, zodat niet te zijner tijd alle leden tegelijk aan het eind van hun zittingsperiode komen. Er wordt een klacht ingediend, waarbij het met name gaat over de bevoegdheden van burgemeester, griffier, Raad en rekenkamer en de onafhankelijkheid van de rekenkamer. De Oo concludeert dat burgemeester en griffier in deze bevoegdheden hebben en dat steeds een punt van aandacht is hoe hier mee om te gaan. Verder is de Raad bevoegd als het gaat om (her)benoemen van leden van de Rekenkamer. Hierbij gaat het om een discretionaire bevoegdheid. Herbenoeming is geen automatisme; een voordracht van de Rekenkamer is niet bindend, maar heeft de status van een advies. Verder acht de Oo het prijzenswaardig dat personen naar buiten toe beschermd worden, maar stelt daarbij wel de vraag of uiteindelijk openheid toch niet beter was geweest. De Oo concludeert dat onduidelijkheid als het gaat om de vraag hoe te declareren de voornaamste aanleiding vormde voor de ontstane situatie. De burgemeester heeft in dat verband voorstellen gedaan. Een en ander dient vervolgens besproken te worden en ?bij overeenstemming daarover- via de Verordening, dan wel een besluit daarop gebaseerd, te worden geregeld. Hier ligt de eindverantwoordelijkheid bij de Raad, maar allen die hier bij direct betrokken zijn en verantwoordelijk zijn voor het goed functioneren van de Rekenkamer, kunnen, c.q. moeten, hier initiatieven nemen. Het gaat dan volgens de Oo niet zo zeer om het feit dat de burgemeester het voortouw heeft genomen, maar om de wijze waarop dat bij verzoeker is overgekomen en het vervolg dat verzoeker hieraan gaf. Oordeel Bevoegdheid: behoorlijk - Motivering: onzorgvuldig, maar gecorrigeerd.
Lees hier het rapport