Proactieve opstelling...

Verzoeker klaagt erover dat hij tijdens de afhandeling van de klacht niet voorgelicht is over de mogelijkheden voor het verhalen van de door hem geleden schade op de gemeente. Ook klaagt verzoeker er over dat hij zich niet serieus behandeld voelt door de heer S. van de gemeente. In de klachtafhandelingsbrief van 24 juni 2013 geeft de gemeente onder meer aan dat er duidelijker gecommuniceerd had kunnen worden met verzoeker. Door het niet direct reageren op de verzoeken om toezending van de vergunning is verzoeker in onzekerheid gebleven, zo geeft de gemeente aan. Er is dan ook niet adequaat gereageerd en er is niet voldaan aan de norm van een goede informatieverstrekking. Ook aan de norm van voortvarendheid is niet voldaan. De gemeente geeft aan dit te betreuren en biedt in de brief daarvoor excuses aan. De Ombudscommissie vindt dat de gemeente duidelijk heeft aangegeven wat er niet goed is gegaan in de procedure. De klacht is door de Ombudscommissie toch in behandeling genomen omdat de gemeente in de klachtafhandelingsbrief niet is ingegaan op - en geen verwijzing heeft gedaan - hoe met de schadevergoedingsvraag dient te worden om gegaan. Verzoeker geeft aan dat hij graag informatie had willen krijgen over de mogelijkheden om zijn geleden schade op de gemeente te verhalen. De Ombudscommissie is van oordeel dat de inhoudelijke beoordeling van een eventueel schadeverzoek niet thuis hoort in de klachtenprocedure. Nu verzoeker het schadeaspect zo uitdrukkelijk naar voren heeft gebracht, is de Ombudscommissie van oordeel dat het goed zou zijn geweest, als de gemeente, als extra dienstverlening, verzoeker had geïnformeerd over de eventuele mogelijkheden en de daarbij behorende procedures. De Ombudscommissie verwijst hierbij naar de 'Schadevergoedingswijzer' van de Nationale Ombudsman uit februari 2011, waarin onder meer wordt aangegeven dat de overheid zich proactief zou moeten opstellen en de burger zo nodig informeert over de meest passende vorm voor het indienen van een claim. Verzoeker geeft ook aan dat hij zich tijdens het aanvraagproces voor de exploitatievergunning niet serieus genomen voelt. Verzoeker geeft aan dat de gemeente te makkelijk is omgegaan met zijn aanvraag om een vergunning. De gemeente heeft in de klachtafhandelingsbrief al voor veel gedragingen, op de bejegening na, haar excuus aangeboden en aangegeven dat het anders had behoren te gaan. Desondanks houdt verzoeker het gevoel niet serieus behandeld te zijn. Tijdens de hoorzitting geeft de heer S. van de gemeente nogmaals aan dat de aanvraag sneller had moeten worden afgehandeld. Hij geeft echter wel aan verzoeker serieus genomen te hebben. Het is de Ombudscommissie niet gebleken dat de heer S. verzoeker niet serieus genomen zou hebben. Met de excuses in de klachtafhandelingsbrief en de toelichting tijdens de hoorzitting hebben de heer S. en de gemeente nogmaals aangegeven dat er dingen niet goed zijn gegaan en hebben ze naar het oordeel van de Ombudscommissie ook laten zien begrip te hebben voor de situatie en omstandigheden van verzoeker. De Ombudscommissie komt dan ook tot het volgende oordeel: I. Open en duidelijk a. Goede informatieverstrekking: niet onbehoorlijk. II. Open en duidelijk a. Luisteren naar de burger: behoorlijk. III. Klachtafhandeling: behoorlijk. Daarmee is de klacht van verzoeker ongegrond.

Lees hier het rapport