Heeft de gemeente voldoende informatie gegeven?

behoorlijkheidsnormen: goede voorbereiding en fair play

thema’s: communicatie en klachtafhandeling

Klacht deels gegrond

Verzoeker wil een horecagelegenheid openen en heeft hiervoor een vergunning aangevraagd inzake de Drank- en Horecawet.

Nadat de gemeente adviesaanvragen heeft gedaan bij het Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC) en het Landelijk Bureau Bibob (LBB) vond verzoeker dat hij niet voldoende werd geïnformeerd over de redenen hiervoor en diende hij hierover een klacht in.

Verzoeker is van mening dat de klachtafhandeling niet zorgvuldig is verlopen omdat er geen sprake is geweest van hoor en wederhoor en omdat er onwaarheden in de klachtafhandelingsbrief zouden staan.

De OO heeft geconstateerd dat het eerder regel dan uitzondering is dat bij een vergunningsaanvraag in het kader van de Drank- en Horecawet advies wordt gevraagd aan het RIEC en vervolgens het LBB. De gemeente heeft hierbij niet de plicht om een vergunningsaanvrager op de hoogte te stellen van mogelijk achterliggende redenen. Er kunnen volgens de OO in het algemeen voor een gemeente in bepaalde gevallen ook goede redenen zijn om dat niet te doen. De OO is van mening dat een aanvrager van een vergunning er geen aanspraak op kan maken dat de gemeente die inhoudelijke informatie verstrekt.

Wel mag van een gemeente worden verwacht dat een burger op de hoogte wordt gehouden van het proces van zijn vergunningsaanvraag. De OO heeft vastgesteld dat verzoeker regelmatig is geïnformeerd over de voortgang en dat de gemeente heeft gedaan wat van haar mocht worden verwacht. De klacht dat de gemeente verzoeker beter had moeten informeren is ongegrond.

Voor wat betreft de klachtafhandeling heeft de gemeente niet, conform het bepaalde in de Wet algemeen bestuursrecht, verzoeker in de gelegenheid gesteld te worden gehoord. Deze klacht is dan ook gegrond.

 

 

Lees hier het rapport