Grafrechten

Verzoeker klaagt erover dat de steen van het graf van zijn ouders is verwijderd en dat hij niet weet waar deze steen is gebleven. Ook geeft verzoeker aan dat de steen nog niet verwijderd had mogen worden omdat het grafrecht voor het graf van zijn moeder nog twee jaar geldig zou zijn. Tot slot klaagt verzoeker erover dat hij de gemeente meerdere malen heeft moeten verzoeken om een kwijtscheldingsformulier. Een formulier dat hij heeft opgevraagd in het kader van de Wet Dwangsom heeft verzoeker nu nog niet ontvangen. De gemeente heeft verzoeker twee keer schriftelijk informatie over het graf van zijn ouders verstrekt. De gemeente heeft verzoeker ook uitgenodigd voor een gesprek om meer informatie te geven. Verzoeker heeft echter geen gebruik gemaakt van deze uitnodiging. Ook van de hoorzitting in het kader van de bij de gemeente ingediende klacht maakt verzoeker geen gebruik, evenals van de hoorzitting naar aanleiding van de klacht ingediend bij de Overijsselse Ombudsman. Overigens heeft verzoeker vooraf schriftelijk aangegeven niet te zullen verschijnen. De Ombudscommissie is van oordeel dat de gemeente diverse pogingen heeft gedaan in brieven en door middel van uitnodigingen voor een gesprek om verzoeker meer informatie te verschaffen. Verzoeker heeft echter van de uitnodigingen voor een gesprek geen gebruik gemaakt waardoor verdere informatieoverdracht lastig is nu de uitleg in brieven blijkbaar niet afdoende is. Met betrekking tot de administratieve nauwkeurigheid geeft de gemeente aan twee keer een kwijtscheldingsformulier te hebben toegestuurd. De Ombudscommissie heeft begrepen dat (de beoordeling van een) kwijtschelding alleen aan de orde is als verzoeker eerst de grafrechten laat overschrijven op zijn naam. Aangezien verzoeker op dit aanbod van de gemeente, om alsnog de grafrechten te laten overschrijven, niet heeft gereageerd is kwijtschelding ook niet aan de orde. Blijkbaar is dit voor verzoeker niet helder geweest. De Ombudscommissie vindt dit ook niet duidelijk terug in de brieven, maar attendeert verzoeker ook hierbij op de pogingen van de gemeente om met verzoeker in gesprek te komen, zodat ze dit hadden kunnen uitleggen.Verzoeker heeft de gemeente ook een aantal keer verzocht om een formulier in het kader van de Wet Dwangsom. De gemeente heeft dit formulier niet naar verzoeker toegestuurd. De Ombudscommissie merkt op dat het formulier in het geval van verzoeker in deze casus niet van toepassing is omdat er geen sprake is van een besluit dat de gemeente zou moeten nemen. Ook dit is verzoeker blijkbaar niet duidelijk geworden en ook deze onduidelijkheid had wellicht in een gesprek weg genomen kunnen worden. Met betrekking tot de klachtafhandeling doet de Ombudscommissie de suggestie om in de afhandelingsbrief verzoeker er op te wijzen dat hij de klacht kan voorleggen aan de Overijsselse Ombudsman ook als verzoeker heeft aangegeven tevreden te zijn met de klachafhandeling. De Ombudscommissie komt dan ook tot het volgende oordeel: I. Adequate informatieverstrekking: behoorlijk. II. Administratieve nauwkeurigheid: behoorlijk. Daarmee is de klacht van verzoeker ongegrond. III. Klachtafhandeling: behoorlijk.
Lees hier het rapport