De afgesloten steeg

Verzoeker klaagt over het gedrag van drie ambtenaren en een oud-wethouder bij de koop van het pand aan de Haven Noordzijde. Verzoeker heeft het gevoel te zijn belemmerd bij de koop van het pand en heeft hierdoor de indruk gekregen dat ambtenaren onder druk zijn gezet om te bereiken dat niet verzoeker maar de heer K. het pand zou kopen. Voorts klaagt verzoeker erover dat bij de klachtafhandeling een gespreksverslag is gemaakt van een gesprek met de burgemeester en de gemeentesecretaris, waar tegenstrijdigheden en onjuistheden in zouden staan. De Ombudscommissie overweegt dat verzoeker het pand Haven Noordzijde heeft gekocht. Om toegang tot het pand te hebben moet verzoeker door een steeg welke is afgesloten met poorten. De steeg wordt gebruikt als opslagruimte door de eigenaren van Haven Noordzijde. Voor de poorten blijken niet de vereiste vergunningen te zijn verstrekt. Verzoeker en de makelaar verzoeken de gemeente de steeg bereikbaar te maken door de poorten te verwijderen. Verzoeker doet hiertoe onder meer een aantal verzoeken om handhaving. De Ombudscommissie vindt het opvallend dat in de brieven door de gemeente met betrekking tot het gebruik van de steeg wordt aangegeven dat als er geen minnelijke oplossing komt zij overgaat tot ontruiming, terwijl ze daarna meerdere verzoeken om handhaving afwijst en uiteindelijk aangeeft dat de steeg al lange tijd (meer dan 20 jaar) aan de openbaarheid is onttrokken en de gemeente dus geen eigendomsrechten meer kan uitoefenen. De Ombudscommissie vindt dat het zorgvuldiger was geweest als deze uitslag al in mei 2005 uit het onderzoek naar de steeg naar voren was gekomen. Dat verzoeker mede af is gegaan op de eerste insteek van de gemeente, om tot ontruiming over te gaan als er geen oplossing zou worden gevonden, acht de Ombudscommissie voorstelbaar, zeker gelet op het feit dat hij onder druk stond (gelet op de datum) om zijn oude woning te verlaten. De Ombudscommissie merkt hierbij wel op dat het ook op de weg van verzoeker lag om pas tot de definitieve koop over te gaan nadat erfdienstbaarheden waren nagekomen en het perceel vrij toegankelijk was De Ombudscommissie merkt met betrekking tot de legalisering van de poorten op dat na diverse correspondentie van verzoeker en zijn gemachtigden in 2005 en 2006 pas in juni 2006 een bouwvergunning is verleend. Het is de Ombudscommissie niet duidelijk geworden waarom niet direct bij de diverse verzoeken om handhaving is onderzocht of de poorten legaliseerbaar waren en deze procedure in gang is gezet. Hierdoor is er bij verzoeker lange tijd onduidelijkheid geweest. Gelet op de gehele gang van zaken is voorstelbaar dat verzoeker de indruk kreeg dat de gemeente partijdig was. De gemeente heeft door haar handelwijze de schijn gewekt niet geheel onpartijdig te zijn. Met betrekking tot de verzoeken om handhaving constateert de Ombudscommissie dat er in maart 2006 een checklist klachten is ingevuld door de inspecteur bouwtoezicht naar aanleiding van een verbouwing aan de Haven Noordzijde zonder vergunning. De gemeente heeft hierna een bouwstop opgelegd. Bij brief laat verzoeker vervolgens aan de gemeente weten dat hij door de verbouwing geschaad is in zijn prvicay en zijn woongenot. Hierop is door de heer T. aangegeven dat deze klacht mondeling al is afgehandeld door de inspecteur bouwtoezicht. In juni 2006 trekt de inspecteur, na een gesprek met verzoeker, de conclusie dat de klacht van 10 mei 2006 naar tevredenheid is opgelost. In juni 2006 worden door verzoeker in een gesprek met de inspecteur bouwtoezicht opnieuw klachten geuit. Het gaat hierbij wederom over de verbouwing, het gebruik van de steeg en de geplaatste poorten. In juli 2006 wordt het handhavingsdossier inzake de verbouwing van Haven Noordzijde afgesloten. Overeind blijft het handhavingsverzoek inzake het gebruik van de steeg en de poorten. Verzoeker vindt dat de klacht(en) niet naar tevredenheid waren opgelost. Onduidelijk is waarom de inspecteur bouwtoezicht en de heer T. wel concluderen dat de klachten waren opgelost. Het zou beter geweest zijn om verzoeker schriftelijk te vragen of zijn klachten waren opgelost. Dat zou misverstanden hebben vermeden. De Ombudscommissie is van oordeel dat het handelen omtrent de toegankelijkheid van de steeg en de trage procedure omtrent het alsnog legaliseren van de poorten niet transparant is naar verzoeker toe. Hierover had duidelijker en sneller gecommuniceerd dienen te worden. De Ombudscommissie komt dan ook tot het volgende oordeel: De gedragingen van de gemeente zijn ten aanzien van de kernwaarden: I. Eerlijk en betrouwbaar a. Onpartijdigheid: deels niet zorgvuldig (voor zover het de toegang tot de steeg betreft, en de legalisering van de poorten), deels zorgvuldig (voor zover het de stelling betreft dat er druk zou zijn uitgeoefend op verzoeker om het pand niet te kopen of meteen weer te verkopen). b. Goede organisatie: deels niet zorgvuldig (voor wat betreft het niet schriftelijk vragen of de klachten waren opgelost), deels zorgvuldig (voor zover het betreft de uitgebreide contacten tussen de gemeente en verzoeker over de handhaving). II. Open en duidelijk a. Transparant: niet zorgvuldig. III. Klachtafhandeling: behoorlijk. Daarmee is de klacht van verzoeker deels gegrond
Lees hier het rapport