Een berging op een rijksmonument, kan dat?

Verzoekers willen extra parkeerruimte bij hun woning realiseren. Zij vragen de gemeente een strook gemeentegrond van 3 ? mtr. (naast hun garage tot aan het water) aan hen te verkopen zodat zij een carport kunnen bouwen. De bouw zal plaatsvinden in het historisch deel van Hasselt. Het gaat om een bolwerk dat Rijksmonument is. In eerste instantie volgt er een ambtelijk voorstel het verzoek te weigeren. In juni 2005 vindt een gesprek plaats. Daaraan voorafgaand en daarna zijn er diverse e-mailwisselingen over de kwestie. Deze betreffen voornamelijk procedurele informatie. Wat hierbij opvalt is dat de aard van de e-mailwisselingen heel informeel is. Er volgt een schriftelijke reactie van de gemeente. Daarin wordt duidelijk dat een verkoop wordt bemoeilijkt door: -de noodzaak tot wijzigen van het bestemmingsplan; -de vraag of er een positief advies komt van de welstands- en de monumentencommissie; -onderzoek dat moet plaatsvinden naar eventuele bodemverontreiniging. Een onderzoek naar de bodemgesteldheid wordt vertraagd door miscommunicatie. Uiteindelijk blijkt in april 2006 dat er asbest is aangetroffen en dat vervolgonderzoek nodig is. In juli 2006 volgt er een e-mailbericht van een medewerkster van de gemeente dat er geen verontrustende resultaten zijn en dat de grond verkocht kan worden. Aangegeven wordt dat na de vakantieperiode de verkoop geregeld zal worden. Hieraan voorafgaand zijn er diverse e-mails van verzoekers over de voortgang van het geheel. In september 2006 wordt door een medewerker van de gemeente die op bezoek komt, aan verzoekers meegedeeld dat de gemeente verwacht dat er eerst een principe-aanvraag voor bouwvergunning zal worden ingediend. Verzoekers ontwikkelen andere plannen en vragen in juni 2008 om aankoop/verhuur van de grondstrook. Ook dienen zij een voorlopige bouwaanvraag in voor het verlengen van een schutting. Na e-mails over de voortgang van deze aanvraag, meldt de gemeente op 13 oktober 2008 dat de aanvraag voor wat betreft de schutting bij de monumentenraad ligt voor advies. Er wordt op 20 oktober 2008 aan het college voorgesteld negatief te besluiten over verkoop; parkeerplaatsen zijn ook anders te realiseren en er is nooit toegezegd dat verzoekers zouden kunnen kopen. Op 6 november 2008 vindt er een gesprek plaats over een eventuele koop en het realiseren van parkeerruimte. Op 25 november 2008 volgt er een schriftelijke weigering op het verzoek tot aankoop van grond voor het aanleggen van parkeerplaatsen. In deze brief wordt medegedeeld dat de gemeente heeft besloten zelf twee parkeerplaatsen aan te leggen om aan de parkeerbehoefte tegemoet te komen. Uiteindelijk volgt in januari 2010 een schriftelijke weigering tot verkoop en worden alternatieven ook afgewezen. De gemeente zal niet meewerken aan het op 6 november 2008 geboden alternatief van aanleg door de gemeente van twee parkeerplaatsen. De Oo overweegt op de volgende punten: Opgewekt vertrouwen De Oo concludeert dat bij verzoekers in ieder geval het vertrouwen is ontstaan dat aankoop in orde zou komen toen een e-mailbericht werd verzonden van een medewerkster van de gemeente dat ?onderzoek naar de bodem geen verontrustende resultaten oplevert en dat de grond verkocht kan worden?. Op zich zal het voor juridisch geschoolden duidelijk zijn dat voorwaarden zoals het verlenen van een bouwvergunning en toestemming van monumentenzorg er steeds al waren en ook blijven bestaan, maar bij de burger die dit mailbericht ontvangt ontstaan wel degelijk verwachtingen. De Oo is dan ook van mening dat er hier sprake is van onzorgvuldig handelen al kan niet de conclusie worden getrokken dat het vertrouwen van verzoekers op basis van alleen een mailbericht volledig gerechtvaardigd was. Zie hiervoor ook de hierna volgende overwegingen van de Oo over professionaliteit. Professionaliteit De Oo constateert dat mailwisselingen tussen bepaalde medewerkers van de gemeente en verzoekers verregaand informeel waren. Het informele zal een rol hebben gespeeld bij de email waarin verzoekers is gemeld dat na de zomervakantie de verkoop doorgang zou vinden. Bij de Oo is er begrip voor dat in een kleinere gemeente het eerder zal voorkomen dat behandelend ambtenaren en burgers elkaar kennen en dat het qua samenstelling van personeel niet steeds mogelijk is een collega de zaak te laten behandelen. Desondanks ? en juist dan- is het aan te bevelen een zekere afstand te bewaren. Die professionaliteit is er niet steeds geweest. Verzoekers hebben aangegeven het niet professioneel te vinden dat men bij de gemeente niet van meet af aan wist dat er op een bolwerk dat Rijksmonument is, niet mag worden gebouwd. De Oo kan zich niet aan de indruk onttrekken dat deze kennis wel aanwezig was, getuige het feit dat het allereerste verzoek leidde tot een ambtelijk voorstel tot weigeren. Hoewel het begrijpelijk is dat men binnen een gemeente meedenkt met wat burgers willen is hier volgens de Oo toch niet steeds van voldoende professionaliteit sprake geweest. Coulance. Het is correct dat de gemeente op het punt van schadevergoeding verwijst naar de daarvoor geldende procedures. Dat neemt niet weg dat ?mocht worden vastgesteld dat er geen juridische aansprakelijkheid is- er naar de mening van de Oo uit coulance-overwegingen toch overgegaan zou kunnen worden tot vergoeding van de door verzoekers aangegeven schade. Klachtbehandeling. Verzoekers hebben een goed gevoel over de hoorzitting bij de gemeente naar aanleiding van de klachtbehandeling en de leerpunten die de gemeente in de klachtafhandelingsbrief aangeeft. Het vervolg ?als het gaat over schadevergoeding en het niet verzorgen van informatie over de aan te leggen parkeerplaatsen- wijst er voor verzoekers niet op dat de gemeente de leerpunten daadwerkelijk in praktijk brengt. Vandaar dat zij de kwestie nu voorleggen aan de Oo. De Oo constateert dat de klachtbehandeling correct heeft plaatsgevonden. Oordeel Opgewekt vertrouwen: er is niet zorgvuldig gehandeld als het gaat om verkoop; er is zeker een bepaalde verwachting gewekt, maar geen gerechtvaardigd vertrouwen. Professionaliteit: niet steeds zorgvuldig. Coulance: de Oo oordeelt dat uit overwegingen van coulance de door verzoekers aangegeven schade zou dienen te worden vergoed als blijkt dat er geen juridische aansprakelijkheid is. Klachtbehandeling: zorgvuldig. De Oo stelt het op prijs dat leerpunten zijn geformuleerd en gaat er van uit dat deze voor de toekomst blijven gelden.
Lees hier het rapport