Verfresten in het kolkje

Verzoeker vindt dat hij niet correct is bejegend door een milieuambtenaar van de gemeente. Hij heeft een bekeuring gekregen voor het weggooien van water met verfresten in een kolkje op de straat. Naar de mening van verzoeker had de ambtenaar hem behoren te waarschuwen voordat verzoeker de overtreding beging. Ook had de ambtenaar naar de mening van verzoeker hem bij vertrek geen prettige dag moeten toewensen, dit klonk cynisch en onaangenaam. Het was naar de mening van verzoeker wellicht beter geweest als de ambtenaar helemaal niet had gegroet. De Ombudscommissie is allereerst van oordeel dat zij voor wat betreft de bekeuring op grond van artikel 9:22 van de Algemene wet bestuursrecht niet bevoegd is een onderzoek dienaangaande in te stellen. Met betrekking tot de opmerking van verzoeker dat de ambtenaar eerst had moeten waarschuwen is de Ombudscommissie van oordeel dat de milieuambtenaar toen hij verzoeker zag lopen met het emmertje nog niet kon weten wat verzoeker ging doen. Toen de ambtenaar eenmaal zag dat verzoeker het water in het kolkje in de straat liet weglopen is hij naar verzoeker toegegaan en heeft hij een bekeuring uitgeschreven. De mening van verzoeker, dat het op de weg van de ambtenaar had gelegen om naar verzoeker toe te komen om te vragen wat hij van plan was met het water en daardoor de overtreding te voorkomen deelt de Ombudscommissie niet. De Ombudscommissie is dan ook van oordeel dat de ambtenaar zorgvuldig heeft gehandeld. Met betrekking tot het nog een prettige dag toewensen bij vertrek is de Ombudscommissie van oordeel dat na het ontvangen van een bekeuring en het gevoel niet eerlijk te zijn bejegend iedere groet van de ambtenaar gevoelig zou kunnen liggen, terwijl niet groeten ook als grievend ervaren had kunnen worden. Nu de Ombudscommissie geen verdere informatie heeft hoe het gesprek is verlopen en hoe de intonatie van dat gesprek is geweest, is zij van oordeel dat de millieuambtenaar met de opmerking "nog een prettige dag " zich niet onbehoorlijk heeft gedragen ten opzichte van verzoeker. De Ombudscommissie komt dan ook tot het volgende oordeel: De gedragingen van de gemeente zijn ten aanzien van de behoorlijkheidnormen: I. Correcte bejegening: behoorlijk; Daarmee is de klacht van verzoeker ongegrond. II. Klachtafhandeling: behoorlijk.
Lees hier het rapport