Aanvraag ontheffing arbeidsverplichting en re-integratie in het arbeidsproces. Niet behoorlijk handelen voor wat betreft interne afstemming en niet zorgvuldig handelen voor wat betreft communicatie.

In de periode december 2007 - zomer 2008, deed de Ombudscommissie onderzoek naar klachten van verzoeker die betrekking hadden op de manier waarop hij door de gemeente is behandeld in het kader van verplichte deelname aan een re-integratietraject.. De klachten die nu aan de orde zijn, hebben betrekking op de periode vanaf het moment dat verzoeker een verzoek tot ontheffing van de arbeidsverplichting indiende. Dat verzoek tot ontheffing is van 4 april 2008. Bij brief van 4 mei 2008 deelt verzoeker de gemeente mee dat hij vanaf 11 juni 2008 naar het buitenland zal afreizen en dat hij langer dan de toegestane 4 weken zal wegblijven. Na 9 juli kan de gemeente zijn uitkering dan ook be?indigen. Op 17 juli 2008 is verzoeker, eerder dan zijn bedoeling was, teruggekeerd uit het buitenland. Op die datum heeft hij een nieuwe bijstandsuitkering aangevraagd. Bij brief van 11 augustus 2008 wijst verzoeker de gemeente erop dat er nog geen beslissing is genomen op zijn verzoek om ontheffing van de arbeidsverplichting. Op 21 augustus 2008 dient hij een bezwaarschrift in tegen het uitblijven van de beslissing. Op 28 augustus 2008 wordt hij uitgenodigd door Fusion (het onderdeel van de gemeente dat zich bezighoudt met het begeleiden naar werk van personen die een bijstandsuitkering hebben), voor een kennismakingsgesprek. Er wordt op gewezen dat deelname aan een traject naar een betaalde baan verplicht is. Verzoeker is dit gesprek niet aangegaan vanwege gezondheidsklachten. In dat verband wijst verzoeker erop dat de gemeente in het verleden heeft nagelaten om zorgvuldig onderzoek naar zijn gezondheidsklachten te verrichten. Daarbij verwijst hij naar het oordeel van de Ombudscommissie en de uitspraak van de rechtbank (deze uitspraak van 11 september 2007 hield in dat de gemeente een nieuw medisch onderzoek had moeten laten verrichten om te kunnen beoordelen of de medische situatie van verzoeker het toeliet om per 23 oktober 2006 te starten met een re-integratietraject en om de voorlichtingsbijeenkomst op 18 oktober 2006 bij te wonen). Bij brief van 16 september 2008 reageert de gemeente op het verzoek om ontheffing van de arbeidsverplichting. Zij maakt melding van het voornemen om hem uit te nodigen voor een arbeidsmedisch en/of psychologisch onderzoek, waarover hij binnenkort bericht ontvangt.Op 6 november 2008 ontvangt hij een besluit op zijn bezwaarschrift, gericht tegen het uitblijven van een beslissing op zijn aanvraag van 4 april om in aanmerking te komen voor ontheffing van de arbeidsplicht. Het besluit houdt in dat het bezwaarschrift niet-ontvankelijk wordt verklaard wegens het ontbreken van procesbelang (na het besluit om de uitkering te be?indigen, is het geven van een besluit op zijn aanvraag om ontheffing van de arbeidsplicht niet meer relevant). De klachten van verzoeker houden in dat hij direct bij terugkeer uit het buitenland is geconfronteerd met deelname aan een re-integratietraject en de klachten betreffen ?de hantering arbeidsontheffingsprocedure gemeente Almelo?. Wat de Ombudscommissie de gemeente verwijt is dat zij na de uitspraak van de rechtbank van 11 september 2007 en het rapport van de Ombudscommissie van 2008 niet heeft voorkomen dat verzoeker in augustus 2008 opnieuw in de positie is gebracht dat hij werd geacht deel te nemen aan het re-integratietraject. Dit deed de gemeente zonder nadere uitleg over en verwijzing naar al hetgeen in eerdere klacht- en gerechtelijke procedures aan de orde was geweest en zonder dat er opnieuw medisch onderzoek heeft plaatsgevonden. Wat had moeten gebeuren is dat er regie was gevoerd op nieuwe verzoeken / kwesties betreffende verzoeker opdat er tijdig afgestemd en adequaat gereageerd had kunnen worden. Uit de stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht, blijkt dat de gemeente pas nadat verzoeker in oktober een nieuwe klacht had ingediend, is gaan proberen tot afstemming te komen. Het ontbreken van regie voor wat betreft de problematiek van verzoeker is de oorzaak dat er opnieuw fouten door de gemeente zijn gemaakt die niet gemaakt hadden hoeven worden als tijdig interne afstemming had plaatsgevonden. Wat in dat verband de Commissie vooral is opgevallen, is dat de brief van de gemeente van 16 september 2008 noch bij de behandeling van het bezwaarschrift en de klachten van verzoeker noch in het kader van een gesprek met Fusion bekend was bij de betrokken ambtenaren terwijl verzoeker daaruit heeft kunnen en mogen afleiden dat in het kader van zijn verzoek om ontheffing medisch onderzoek zou gaan plaatsvinden. Met betrekking tot de communicatie overweegt de Ombudscommissie onder meer dat zij niet kan inzien dat de gemeente het nodig vindt om in haar reactie op de klacht te benoemen dat een niet beantwoorde brief ?niet alleen de oorzaak kan zijn geweest van de chaos in uw leven?. Nog afgezien van het feit dat zo?n uitlating de moeizame relatie geen goed doet, is een dergelijke uitlating volstrekt ongepast. De Commissie acht het ook van belang op te merken dat hoewel in de reactie op de klachten staat aangegeven dat er ?goede en heldere afspraken?zijn gemaakt en dat er gerekend wordt op verzoekers ?welwillende medewerking?, de inhoud van deze afspraken nooit aan verzoeker is meegedeeld. Het verwijt van de gemeente aan verzoeker is dat hij niet wil deelnemen aan gesprekken en dat daardoor de communicatie moeizaam verloopt. De Ombudscommissie kan hierin meegaan en merkt daarbij op dat als iemand stelselmatig weigert om te worden gehoord, het risico op miscommunicatie wordt vergroot. In die zin was het aan verzoeker geweest om, ondanks het wantrouwen, op enig moment toch weer het gesprek met de gemeente aan te gaan. De gemeente heeft reeds toegegeven dat er niet tijdig is beslist op de aanvraag voor ontheffing van de arbeidsplicht en dat zij dat betreurt. De Ombudscommissie heeft daaraan niets toe te voegen.
Lees hier het rapport