hoe overlast - ondanks goedbedoelde inzet van de gemeente - kan escaleren.

Verzoekers klaagden over de bejegening in een uitnodigingsbrief van de gemeente aan buurtbewoners voor een gesprek over overlast in de buurt, het niet nakomen van de toezegging om hun de brief te laten lezen voor het versturen van de brief, het sturen van de brief naar meer buurtbewoners dan alleen de klagers over overlast en ongelijke behandeling wat betreft het hebben van een bedrijf aan huis. De Ombudscommissie overweegt dat het jammer is dat de aanpak en wijze van communiceren door de behandelend medewerker leidde tot frustratie bij verzoekers. De gemeente erkende niet dat de medewerker wat laat was begonnen met de brief, waardoor er geen tijd meer was voor verzoekers om die te lezen. Verder gaf de gemeente niet openlijk toe dat de medewerker - in strijd met wat was afgesproken met verzoekers - de brief aan alle buurtbewoners stuurde in plaats van alleen naar de klagers. Daarmee schond de medewerker de normen van opgewekt vertrouwen (afspraak dat verzoekers de brief mochten lezen voordat die werd verstuurd) en van correcte bejegening (inhoud van de brief aan de buurtbewoners). De correctie in de later verzonden brief is wel een stap in de goede richting, maar getuigt niet van openlijke excuses richting verzoekers. Wat verder onrust bij verzoekers te weeg bracht is het gevoel van ongelijke behandeling veroorzaakt door gebrek aan motivering bij het stellen van de prioriteit bij handhaven op grond van klachten. De Ombudscommissie komt tot het oordeel dat de gedragingen van de gemeente ten aanzien van de vereisten van behoorlijkheid van bejegening, opgewekt vertrouwen en motivering niet zorgvuldig zijn. De klacht is gegrond.

Lees hier het rapport