Klacht over sociale recherche

De sociale recherche ontvangt een melding die betrekking heeft op verzoeker. Het blijkt dat er een periode is geweest dat verzoeker gemachtigd was tot twee bankrekeningen van zijn toenmalige partner; bankrekeningen die niet bekend zijn bij de gemeente.. Hangende het onderzoek wordt in eerste instantie de uitkering van verzoeker geblokkeerd. Van deze opschorting wordt schriftelijk mededeling gedaan. In deze brief wordt ook gevraagd nadere gegevens over de betrokken bankrekeningen in te leveren. Als blijkt dat verzoeker inmiddels niet meer kan beschikken over de bankrekeningen, wordt de uitkering hervat. Wel wordt de uitkering teruggevorderd over de periode dat verzoeker toegang had tot de rekeningen. De gemeente stelt dat de partner verzoeker volledig had gemachtigd tot de rekeningen en dat in dat geval de uitkering niet meer nodig was. Voor zover verzoeker het daarmee niet eens is heeft hij de mogelijkheid van bezwaar en beroep. Het is bij de sociale recherche gebruikelijk dat aan betrokkene wordt gemeld dat er een melding is geweest en waar die over gaat. Er wordt niet verteld wie die melding heeft gedaan. Vervolgens komt er onderzoek naar wat er qua inhoud is gemeld. Daarbij is de melder normaliter niet van belang; het gaat dan om de inhoud. Volgens de Oo is op dit punt dan ook de bejegening en informatieverstrekking correct geweest. Wel dient het zo te zijn dat latere nieuwe informatie wordt meegenomen en onderzocht. Naar de mening van de Oo is de informatie voor zover die bekend was en vast stond, bij de uiteindelijke rapportage meegenomen door de sociale recherche. Als daar verder nog correctie op nodig is en verzoeker nu wel over materiaal beschikt dat meer duidelijkheid verschaft, raadt de Oo hem aan dit in de bezwarenprocedure of anderszins bij de gemeente naar voren te brengen, zodat hiermee bij heroverweging rekening kan worden gehouden. Er zou veel meer duidelijkheid in deze zaak kunnen zijn als verzoeker inzage verleent in de bankrekeningen. De sociaal rechercheur heeft moeite gedaan om samen met verzoeker bij de bank resultaten te bereiken, wat helaas niet is gelukt. Hoewel begrijpelijk nu hij door zijn ex-partner in een onmogelijke positie wordt geplaatst, is het naar de mening van de Oo niet terecht dat verzoeker stelt dat het de verantwoordelijkheid van de sociale recherche zou zijn om de gegevens te verschaffen. Volgens de Oo is er dan ook op dit punt geen sprake van onvoldoende informatie of niet correcte bejegening. In de klachtafhandelingsbrief wordt door de gemeente Almelo aangegeven dat de klachtbehandeling niet juist is geweest nu er op de klacht alleen een reactie is gevolgd in de zin van een weerwoord van de sociaal rechercheur zelf. Hiervoor zijn in bedoelde brief excuses aangeboden. De Oo acht dit terecht. Ook bij de interne behandeling van klachten die voorafgaat aan een eventuele beoordeling door de Oo, zijn er spelregels die in acht moeten worden genomen. Van belang is ook daar het -zo enigszins mogelijk- horen van beide partijen in elkaars aanwezigheid en in ieder geval afronding met een beoordeling van de klacht. Dat is helaas pas in tweede instantie gebeurd. Het eerste deel van de klachtbehandeling is dan ook volgens de Oo niet correct verlopen. Oordeel Correcte bejegening en informatieverstrekking: behoorlijk. Het eerste deel van de interne klachtbehandeling: niet behoorlijk, maar gecorrigeerd door hiervoor excuses aan te bieden en alsnog de klacht in eerste termijn te behandelen.
Lees hier het rapport