Verzoeker stelt door verjaring eigenaar te zijn geworden van een stukje gemeentegrond bij zijn tuin. Hij voelt zich onder druk gezet nu maar te kopen of een bruikleenovereenkomst aan te gaan. Dat zou goedkoper zijn dan er om procederen.

Op 11 oktober 2010 schrijft de gemeente verzoeker ?en een aantal andere bewoners in zijn straat- aan een stukje gemeentegrond dat bij hun tuin is getrokken te ontruimen. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij stelt dat hij door verjaring eigenaar is geworden van de grond. Hierop volgt correspondentie over en weer en is er overleg met bewoners. De gemeente komt dan met het aanbod de betreffende grond te kopen of een bruikleenovereenkomst te sluiten. Verzoeker gaat hier niet mee akkoord. Vervolgens wenst de gemeente bij brief van 12 september 2012 be?indiging van het gebruik. Verzoeker dient beplanting en dergelijke te verwijderen. Zo niet, dan zal de gemeente dat op zijn kosten doen. Het hiertegen door verzoeker ingediende bezwaar wordt niet ontvankelijk verklaard. Maatwerk. In het geval van deze bewoners gaat het niet om stiekem in gebruik nemen van grond van de gemeente, terwijl men heel goed weet dat het geen eigen grond is. Er is sprake van nieuwbouw in 1972 en bij de tuinaanleg in 1973 is aangesloten bij de toen aanwezige paaltjes. Als er dan meer dan 35 jaar later een brief komt van de gemeente met de mededeling dat er op korte termijn ontruimd moet worden, kan niet gesproken worden van maatwerk. Het moge effici?nt zijn ieder die grond van de gemeente gebruikt dezelfde brief te sturen, maar naar de mening van de Oo had wel onderscheid gemaakt kunnen worden tussen burgers die welbewust gemeentegrond gebruiken en burgers die dat niet doen. Dit ook in het licht van het feit dat de gemeente zelf niet lang na de tuinaanleg bielzen plaatste en vervolgens decennia lang geen actie ondernam. Een deugdelijk onderzoek vooraf had kunnen voorkomen dat bewoners rauwelijks werden geconfronteerd met het vooruitzicht hun tuin deels te moeten ontruimen. Er komt bij de Oo wel een beeld naar voren dat er een zekere dwang gebruikt wordt. Er wordt een machtsmiddel ingezet richting verzoeker, waarvan de gemeente in het kader van maatwerk jegens anderen aangaf dat dit hier niet langer aan de orde was als zij kochten of in bruikleen namen. Het is de vraag of het nu nog doelmatig is een handhavingstraject in te zetten als het gaat om degenen die dat niet deden. Er ontstaat dan immers een wonderlijk beeld van gemeentelijk groen met hier en daar een 'hap er uit' - namelijk bij degenen die kochten of in bruikleen namen. Motivering. Verzoeker beroept zich op verjaring, zo niet verkrijgende, dan toch zeker bevrijdende verjaring. Hoewel het aan de rechter is daar definitief over de oordelen, valt het de Oo wel op dat de gemeente enerzijds verzoeker de gelegenheid geeft aan te tonen dat hij de grond 20 jaar in bezit heeft, maar anderzijds ? als verzoeker op allerlei manieren aangeeft dat dit het geval is- stelt dat dit ?niet onomstotelijk? vast staat. Naar de mening van de Oo is hier door de gemeente onvoldoende aangegeven wat verzoeker nog meer had moeten doen om het bezit aan te tonen. Ook wordt niet duidelijk waarom dat wat verzoeker heeft overgelegd niet onomstotelijk zou aangeven dat er sprake is van 20 jaar bezit. Oordeel Maatwerk: niet zorgvuldig, klacht gegrond. Motivering: niet zorgvuldig, klacht gegrond. Aanbeveling De Oo geeft het college van burgemeester en wethouders in overweging alsnog arbitrage te organiseren om tot een antwoord op de vragen over verjaring te komen.
Lees hier het rapport