gemeente onderneemt geen actie

In de zomer van 2012 ontstaat er bij verzoeker een probleem met de fundering van zijn garage als zijn buren een zwembad aanleggen. Hij komt hierover in gesprek met de gemeente. Het bouwkundige probleem wordt volgens verzoeker niet echt opgelost. Er gaat enige tijd overheen, maar uiteindelijk wordt de kwestie aan een onafhankelijke derde voorgelegd. Op 24 mei 2013 wordt het rapport van de deskundige toegelicht in een gesprek op het stadhuis. Het blijkt dat rond de bouw van het zwembad er toch het een en ander niet aan de bouwvoorschriften voldoet. Dit betreft met name de hoeveelheid zand die moet worden aangevuld (tot 60 cm) en de aanleg van een vlonder zonder dat daarvoor een omgevingsvergunning is verleend. De gemeente meldt aan verzoeker dat zij goede hoop heeft dat de buren alsnog de te verrichten werkzaamheden gaan uitvoeren. Op 12 juni 2013 meldt verzoeker aan de gemeente dat hij verwacht dat de gemeente hierop toezicht zal houden. De gemeente zegt op 25 juni 2013 toe dat zij de zaak in de gaten zal houden en zo nodig het handhavingstraject zal voortzetten. Als blijkt dat verzoeker toch niet echt tevreden is, meldt de gemeente hem dat de kwestie nader bekeken zal worden door de directeur. Op 8 juli 2013 volgt een uitnodiging voor een gesprek op 22 augustus 2013. Na dit gesprek ontvangt verzoeker geen bericht meer van de gemeente. De Oo neemt de zaak vervolgens in behandeling. De gemeente geeft aan dat in verband met de benodigde onderzoeken met de aanvrager is afgesproken dat voorlopig gewacht zal worden met het aanvullen met zand totdat de vergunning is verleend zodat alle aanpassingen in ??n keer doorgevoerd zouden kunnen worden. Voortvarendheid: Handhaving. De Oo constateert dat de eerste controle door de gemeente plaatsvindt op 3 oktober 2012 en dat er uiteindelijk een voornemen tot handhaving wordt verzonden op 6 januari 2014. Hoewel enige vertraging begrijpelijk kan zijn nu de gemeente in eerste instantie dacht dat aan de voorschriften van het Bouwbesluit was voldaan, stond toch met het rapport Hartman en de bespreking daarvan op 24 mei 2013 vast dat wel degelijk sprake was van handelen in strijd met de regels voor wat betreft het aan te brengen zand en het ontbreken van een omgevingsvergunning voor de vlonder. Er zijn door de gemeente excuses aangeboden voor het feit dat niet direct herkend is dat zaken niet voldeden. Dit acht de Oo correct. Verzoeker verwacht -en naar de mening van de Oo terecht- dat de gemeente vervolgens vanaf eind mei 2013 daadkrachtig optreedt als het gaat om uitvoering van dat wat in het rapport Hartman is aangegeven. Gezien het verloop van de zaak (op geen enkel moment blijkt van een voortvarende medewerking van de overtreder) acht de Oo het onbegrijpelijk dat de gemeente begin juni 2013 nog steeds verwacht dat de overtreder zonder meer aan de verplichtingen zal voldoen. Naar de mening van de Oo had het op de weg van de gemeente gelegen op dat moment een voornemen tot handhaving te versturen en niet pas op 6 januari 2014. Wat betreft de inzet voor het handhavingstraject is de Oo dan ook van mening dat de gemeente hier niet voortvarend handelde. Klachtbehandeling. Hoewel verzoeker herhaalde malen aangeeft dat hij de gemeente verwijt zijn buren de hand boven het hoofd te houden, wordt er door de gemeente op deze klacht niet gereageerd. De gemeente is van mening dat met het gesprek van 13 december 2012 de kou uit de lucht is en de klacht wordt ingetrokken. Dit blijkt op geen enkele wijze; er volgt geen schriftelijke afhandeling. De Oo is van mening dat hier een follow-up op zijn plaats was geweest; nu blijven er irritaties en volgt er een nieuwe klacht. Het verbaast de Oo dan ook niet dat verzoeker niet tevreden is en nogmaals zijn ongenoegen uit. Dit is door de gemeente opgepakt en er komt dan een gesprek met de (waarnemend) directeur op 22 augustus 2013. Vervolgens gebeurt er niets. Nu daar ook geen duidelijke verklaring voor is, is de Oo van mening dat de gemeente hier niet behoorlijk handelde. Het feit dat men de notities voor een verslag niet meer had, kan toch geen verklaring zijn voor het ontbreken van enig vervolg van het gesprek. De gemeente erkent dit bij de hoorzitting van de Oo. Vervolgens komt er dan begin januari 2014 alsnog een gespreksverslag. Dat had dus ook eerder wel gekund. Dat verzoeker het idee heeft dat de gemeente juist zijn buren de hand boven het hoofd houdt, wordt door een dergelijke handelwijze begrijpelijk. Betrouwbaarheid: Verzoeker mocht, in ieder geval vanaf het uitbrengen van het rapport Hartman, er op vertrouwen dat de gemeente een eind zou maken aan de illegale situatie. Er moest extra zand worden aangebracht en een omgevingsvergunning worden aangevraagd. Volgens de Oo is het niet noodzakelijk deze twee zaken aan elkaar te koppelen; integendeel nu zaken al zo lang liepen valt niet in te zien waarom het extra zand niet direct zou moeten worden aangebracht. Naar de mening van de Oo is hier toch wel erg veel voorrang gegeven aan de belangen van de overtreder in een situatie waarin verzoeker van de gemeente mag verwachten dat zij in zijn belang het Bouwbesluit handhaaft. Oordeel: Voortvarendheid: niet behoorlijk, klachten gegrond. Betrouwbaarheid: niet zorgvuldig, klachten gegrond.
Lees hier het rapport