Recht op een toeslag? Opgewekt vertrouwen?

Behoorlijkheidsnorm: Goede informatieverstrekking.

Thema : uitkering

Verzoeker klaagt er over dat hij door de gemeente verkeerd is voorgelicht. Ten onrechte zou hem zijn verteld dat hij recht had op een hogere toeslag op zijn WWB-uitkering, als hij niet meer bij zijn ouders zou inwonen, maar een kamer zou huren.

De ombudscommissie concludeert, dat uit de stukken niet blijkt dat er sprake is van onjuiste informatieverstrekking aan verzoeker over het wel of niet recht hebben op een toeslag. Nu de verklaringen uiteen lopen is het voor de ombudscommissie niet na te gaan wat er werkelijk is gezegd, de ombudscommissie kan zich hier dan ook geen oordeel over vormen. Er is de ombudscommissie wel gebleken is dat er moeizaam is gecommuniceerd tussen verzoeker en de betreffende medewerkers. Te weinig is er rekening mee gehouden dat van een inwoner niet dezelfde kennis van de – gewijzigde – regelgeving mag worden verwacht als van de gemeentelijke medewerkers. Tot slot merkt de ombudscommissie het volgende op; er wordt niet meer gewerkt met vaste contactpersonen. Hierdoor is er minder kennis over de omstandigheden van een individuele cliënt. De ombudscommissie is van oordeel dat het werken met vaste contactpersonen - een deel van - de ruis in de communicatie kan wegnemen en geeft de gemeente in overweging om te bezien of het niet gewenst is om weer vaste contactpersonen/klantmanagers aan te wijzen. Deze kunnen beter op de hoogte zijn van iemand zijn situatie, waardoor er beter kan worden gecommuniceerd en geanticipeerd. Indien de gemeente hier om haar moverende redenen niet voor kiest, is de ombudscommissie van oordeel dat informatie beter vastgelegd zou moeten worden in een centraal systeem.

 

Lees hier het rapport