Door het ROZ aan het lijntje gehouden? Is er onderbouwd waarom er geen medewerking wordt verleend? De bezwaarprocedure is voor verzoekers onduidelijk.

In 2008 zijn er financi?le problemen rond het transportbedrijf van verzoekers die zij aankaarten bij het ROZ. Ook in 2009 is door hen een beroep gedaan op het ROZ om te helpen. Toen ging het om het starten van een nieuwe onderneming. In beide gevallen is de gevraagde ondersteuning er niet gekomen. Verzoekers zijn allereerst teleurgesteld in de gang van zaken in 2008. Als het transportbedrijf had kunnen blijven bestaan was in hun visie de kwestie rond de andere zaak niet ontstaan. Zij klagen er over dat er wel veel gesprekken zijn geweest, maar dat er met wat er door hen werd gevraagd of ingebracht niets is gedaan. Als het gaat om een oordeel over het al dan niet levensvatbaar zijn van bedrijven van verzoekers, is er geen bevoegdheid bij de Oo. Van besluiten hierover staat bezwaar en beroep open via de Algemene wet bestuursrecht. Echter in het geval van verzoekers is het niet tot formele besluiten gekomen. Over deze handelwijze, de manier waarop met verzoekers is omgegaan, kan de Oo een oordeel geven . Er zijn diverse gesprekken geweest tussen verzoekers en medewerkers van het ROZ. Er is door de medewerkers steeds aangegeven dat verzoekers geen krediet konden verwachten via het ROZ. Verzoekers stellen dat het hen niet duidelijk is geworden waarom dat niet kon; informatie daarover is voor hen niet helder; onderbouwing van standpunten van het ROZ ontbreekt. Dit is dan de ervaring zoals verzoekers die hebben beleefd. Het is achteraf niet goed na te gaan hoe gesprekken zijn verlopen. Volgens de Oo hadden de klachten die verzoekers nu aangeven voorkomen kunnen worden door ook schriftelijk naar hen te reageren. Als hun verzoek in behandeling was genomen en afgesloten met een gemotiveerd besluit het verzoek te weigeren, hadden verzoekers houvast gehad om zich in een juridische procedure te verweren. Nu dit niet is gebeurd en er zelfs geen kort schriftelijk verslag is van dat wat mondeling was besproken en besloten, is er naar de mening van de Oo geen sprake van zorgvuldig en adequaat informeren van verzoekers. Het gaat vervolgens niet aan hen in de klachtenprocedure voor te houden dat zij in bezwaar en beroep hadden kunnen gaan. Het is aan het bestuursorgaan te zorgen voor schriftelijke besluitvorming met de bezwaar- en beroepsclausules die daarbij aan de orde zijn. Het standpunt dat bezwaartermijnen inmiddels verlopen zijn is dan ook onjuist. Oordeel: - Adequate schriftelijke informatievoorziening: niet zorgvuldig.
Lees hier het rapport