Moet de gemeente de boete betalen?

Mevrouw P beschikt al geruime tijd over een gehandicaptenparkeerplaats bij haar woning. De auto waar zij in rijdt staat sinds jaar en dag op naam van haar zoon. Er komt een nieuwe auto. Ook deze auto staat op naam van de zoon. Er is dan een nieuw kenteken dat op het verkeersbord dat de parkeerplaats aanduidt, moet worden vermeld. Mevrouw P neemt contact op met het Zorgloket van de gemeente en meldt dat er een nieuwe auto aangeschaft is. Het Zorgloket stuurt de melding door naar de afdeling Stadstoezicht van de gemeente, zodat de wijziging van het parkeerbord geregeld kan worden. Als de nieuwe auto in gebruik wordt genomen, is het parkeerbord nog niet aangepast. Er is vanuit de afdeling Stadstoezicht geen mededeling gedaan aan toezichthouders op straat van de (komende) kentekenwijziging. Er volgt op een bekeuring voor ?parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats anders dan met het voor die gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats bestemde voertuig?. Mevrouw P geeft aan geen ?bon? te hebben gevonden op de auto. De zoon ontvangt als kentekenhouder enige weken later een kennisgeving van de beschikking. Hierop wendt men zich tot de gemeente met het verzoek het bekeuren ongedaan te maken. Als direct na het bekeuren contact wordt opgenomen met de Afdeling Stadstoezicht zijn er nog mogelijkheden om een bekeuring niet richting CJIB (Centraal Justitieel Incassobureau) te sturen en was het wellicht mogelijk geweest een en ander zelf op te lossen. In dit geval is na de bekendmaking van enige weken later contact opgenomen met de Afdeling Stadstoezicht. Toen was er inmiddels doorgezonden naar het CJIB. Er was de mogelijkheid beroep in te dienen bij het CJIB. Van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt. Als er beroep wordt ingesteld, wordt bij de gemeente navraag gedaan en kan er uitleg komen over de gang van zaken. In dit stadium heeft de gemeente echter geen andere bevoegdheden/mogelijkheden meer. Verzoeker is van mening dat de boete moet worden kwijtgescholden nu zijn moeder op het verkeerde been is gezet. Wat de Oo opvalt is dat de regeling van tenaamstelling niet bekend is bij verzoeker. De auto van mevrouw P staat jarenlang op naam van de zoon. Op het moment dat er een nieuwe auto wordt aangeschaft vindt er een controle plaats bij de RDW. Volgens de Oo had het voor de hand gelegen schriftelijk te informeren dat de nieuwe auto op haar naam zou komen en dat het bord niet zou worden aangepast zo lang dat niet was gebeurd. Misverstanden als deze kunnen worden voorkomen als een doorgegeven wijziging schriftelijk wordt bevestigd door de afdeling Stadsbeheer, waarbij (nogmaals) wordt vermeld wat de rechten en plichten zijn voor een houder van een parkeerplaats voor gehandicapten. Het is volgens de Oo formeel correct dat een verkeersbord niet wordt aangepast zo lang niet aan de regels is voldaan. Dat brengt mee dat, als wordt geconstateerd dat er op de toegekende parkeerplaats een auto staat met een ander kenteken dan het kenteken van het bord, er terecht bekeurd wordt. Dit neemt niet weg dat door de Afdeling Stadstoezicht aan handhavers doorgegeven had kunnen worden dat de auto met het nieuwe kenteken in gebruik was bij mevrouw P en dat de zaak verder nog in onderzoek was. Het is niet 100% zeker te zeggen dat de nu ontstane situatie er dan niet zou zijn geweest, maar de kans zou toch aanzienlijk zijn verminderd. Slagvaardig handelen had naar de mening van de Oo meegebracht dat de Afdeling Stadstoezicht de melding had doorgegeven aan de handhavers. Verder is het voor de Oo niet vast te stellen of, en zo ja wat er bij de melding van het nieuwe kenteken precies is gecommuniceerd over al dan niet bekeuren en wat er zou gebeuren mocht er toch een bekeuring komen. De versie van verzoeker en die van de gemeente lopen uiteen. Uiteindelijk is een oordeel daarover niet mogelijk. De Oo is van mening dat wat betreft het vervolg niet gesproken kan worden van niet slagvaardig handelen van de kant van de gemeente. Herhaaldelijk is door de medewerker van de Afdeling Stadstoezicht aan verzoeker uitgelegd hoe om te gaan met de dan ontstane situatie. Het is dan aan verzoeker als belanghebbende tijdig beroep in te stellen. Dat had nog ruimschoots gekund. Verzoeker is echter van mening dat de gemeente iets (had) moet(en) regelen. De Oo onderkent dat de gemeente steken heeft laten vallen bij de aanpassing van het verkeersbord, maar verzoeker had, met zijn kennis van zaken en de uitleg van de gemeente, toch kunnen weten dat terugdraaien van een en ander moest beginnen met het instellen van beroep. Oordeel Informatievoorziening: niet zorgvuldig. Voortvarendheid: niet zorgvuldig als het gaat om doorgeven van informatie aan handhavers, voor het overige behoorlijk.
Lees hier het rapport