Van de kauwen en de steentjes

Verzoeker vindt dat de gemeente samen met de woningstichting een oplossing moet bieden voor de kauwen (vogels) die steentjes van het dak van het appartementencomplex. waar verzoeker woont laten vallen op ondermeer geparkeerde auto?s. Verzoeker voelt zich heen en weer gestuurd tussen de woningstichting en de gemeente, zonder dat er een concrete oplossing wordt geboden. Vanaf het dak van het appartementencomplex waar verzoeker woont, pakken kauwen steentjes, die ze op onderneer geparkeerde auto?s laten vallen waardoor schade ontstaat. Het appartementencomplex is eigendom van de woningstichting. De bomen waar de vogels vaak in gaan zitten zijn gemeente-eigendom en staan op gemeentegrond. Verzoeker wil dat de vogels niet meer de gelegenheid hebben om de steentjes van het dak te halen en deze op auto?s of op personen te laten vallen. Nu de gemeente aangeeft niets te kunnen doen en de woningstichting aangeeft dat ze alleen in de toekomst rekening zullen houden met de dakbedekking wordt verzoeker geen oplossing geboden. De Ombudscommissie is van oordeel dat de gemeente in de persoon van de heer K. veel inspanningen heeft verricht om verzoeker voor te lichten over de (on)mogelijkheden. Verzoeker beaamt dit ook in zijn klacht en zijn reactie op het rapport van bevindingen. De heer K. heeft ook contact gezocht met de woningstichting en op deze manier geprobeerd om tot een oplossing te komen voor verzoeker. Tijdens de hoorzitting is de Ombudscommissie gebleken dat er geen effectieve, legale manier bestaat om de vogels daar weg te krijgen. Nu de kauwen ook de steentjes van de dakrand af laten vallen zou een mogelijke kap van de bomen verzoeker waarschijnlijk ook geen oplossing bieden. De Ombudscommissie is dan ook van oordeel dat de gemeente alle mogelijkheden heeft benut en verzoeker daarover uitgebreid heeft voorgelicht en van informatie heeft voorzien. Voor wat betreft de klachtafhandeling merkt de Ombudscommissie op dat de gemeente de klacht heeft doorgestuurd naar de woningstichting, zonder verzoeker hiervan in kennis te stellen. Verzoeker heeft geen enkel bericht ontvangen van de gemeente naar aanleiding van de klacht. Op 17 juni 2010 stuurt de woningstichting een antwoord op de klacht. Omdat de Overijsselse Ombudsman geen inhoudelijke afhandeling van de klacht door de gemeente ontving heeft zij de gemeente hier meerdere malen om verzocht. Bij brief van 16 augustus 2010 reageert de gemeente vervolgens naar de Ombudscommmissie toe, nog steeds niet naar verzoeker. De Overijsselse Ombudsman heeft vervolgens deze brief doorgezonden naar verzoeker. Nu verzoeker van de gemeente geen antwoord heeft ontvangen op de door hem ingediende klacht is de Ombudscommissie van oordeel dat dit niet behoorlijk is. Het komt de Ombudscommissie voor dat de klacht niet is afgehandeld omdat het begrip bejegening te eng is uitgelegd. Uit de informatie van verzoeker is echter gebleken dat de gemeente, vooral in de vorm van de heer K. zich zeer actief heeft ingezet om te proberen het probleem van de vogels voor verzoeker op te lossen en met hem mee te zoeken naar eventuele oplossingen. Ook tijdens de hoorzitting heeft de heer K. de nodige inspanningen laten zien door zijn uitvoerige ?Plan van aanpak? en zijn toelichting daarop. De Ombudscommissie is dan ook van oordeel dat uiteindelijk uitvoerig aandacht is besteed aan de klacht van verzoeker. Daarmee voldoet de inhoudelijke afhandeling van de klacht ruimschoots aan de daaraan te stellen eisen. Procedureel gezien is de klachtafhandeling niet behoorlijk. Oordeel: De Ombudscommissie komt dan ook tot het volgende oordeel: De gedragingen van de gemeente zijn ten aanzien van de behoorlijkheidnormen: - Informatieverstrekking: behoorlijk Daarmee is de klacht van verzoeker ongegrond. - Klachtafhandeling: procedureel niet behoorlijk, inhoudelijk behoorlijk.
Lees hier het rapport