Herkeuring in het kader van een vervoerspas als reactie op veelvuldig klagen over het regiotaxivervoer?

Verzoeker maakt gebruik van de vervoersvoorziening. De betrokken ambtenaren gingen een gesprek met hem aan over de hoeveelheid klachten die verzoeker had ingediend en wellicht nog van plan was in te dienen. Zoals de partijen al aangaven verliep dat gesprek vanaf het begin af aan niet prettig. Dat er echter op die manier en in die bewoordingen is gesproken zoals verzoeker heeft aangegeven (o.a. hem zeer kwaad en met luide stem achterna roepen niet meer van de taxi gebruik te maken maar van de bus, het zullen doorgeven dat de taxi hem extra lang laat wachten ?snachts op het Stationsplein), is door de Ombudscommissie niet vast te stellen. Wel overweegt de Ombudscommissie dat de keuze om met twee ambtenaren het gesprek aan te gaan, intimiderend kan zijn overgekomen, mede gelet op het doel van het gesprek, het willen beperken van de hoeveelheid klachten. Waar het gaat om vragen ? in een ander gesprek met verzoeker gesteld ? die op medisch gebied liggen, zoals het gewicht van verzoeker (gevraagd is hoeveel verzoeker woog; de gemeente stelde dat dit is gedaan in het kader van de beoordeling van eventuele energetische beperkingen bij overgewicht), overweegt de Ombudscommissie dat de gemeente haar er niet van heeft overtuigd dat het stellen van zo?n vraag in de betreffende fase van het heronderzoek, absoluut noodzakelijk was. Ook gelet op de hele situatie, de sfeer en de voorgeschiedenis, had een dergelijke vraag beter achterwege kunnen blijven. Daar waar verzoeker in zijn algemeenheid stelt dat de twee betrokken ambtenaren ?uit wraak en woede hebben geprobeerd hem zijn vervoerspas af te nemen middels een zogenoemde herkeuring?, overweegt de Ombudscommissie dat zij geen aanwijzingen heeft gevonden om daarin mee te kunnen gaan. Van relevante gesprekken zijn geen verslagen gemaakt. De Ombudscommissie overweegt dat, los van het doel van het gesprek en het gevolg daarvan, van ieder relevant gesprek een verslag of (korte) gespreksnotitie dient te worden gemaakt, teneinde aan de vereisten van deugdelijke dossiervorming en controleerbaarheid te voldoen. Verzoeker heeft gesteld dat het hoofd van de betrokken afdeling zijn klacht had moeten behandelen/onderzoeken en niet de klachtfunctionaris. De commissie wijst erop dat de functie van klachtenco?rdinator c.q. klachtenfunctionaris in het leven is geroepen om namens het afdelingshoofd klachten te behandelen/onderzoeken. Ambtenaren zijn dan ook speciaal voor deze functie geselecteerd. Nu het afdelingshoofd, ook door de Ombudscommissie, verantwoordelijk wordt gesteld voor de afdoening van klachten en het daarmee aannemelijk is dat de klachtenfunctionaris in nauw contact staat met het afdelingshoofd aangaande de behandeling van klachten, valt verder niet in te zien dat verzoeker er nadeel van heeft ondervonden dat de klacht is behandeld/onderzocht door de klachtenfunctionaris en niet door het afdelingshoofd. De Ombudscommissie spreekt als haar oordeel uit dat de klacht niet gegrond is voor zover het betreft de stelling dat de gemeente ?uit wraak en woede heeft geprobeerd de vervoerspas af te nemen middels een zogenoemde herkeuring?, dat zij zich onthoudt van een oordeel waar het betreft door verzoeker genoemde specifieke uitlatingen van de betrokken ambtenaren, dat de gemeente onzorgvuldig heeft gehandeld door naar het gewicht van verzoeker te informeren, dat de gemeente administratief nauwkeuriger had moeten werken door verslagen/notities van de gevoerde gesprekken te maken en dat de gemeente met betrekking tot de klachtbehandeling behoorlijk heeft gehandeld.
Lees hier het rapport