Klacht over Commissie bezwaarschriften

Verzoeker klaagt over de Commissie bezwaarschriften. Zo geeft verzoeker aan dat niet (direct) gemotiveerd is gereageerd op haar verzoek om een andere locatie voor de hoorzitting, de termijnen niet in acht zijn genomen en ze ondanks haar verzoek de stukken niet heeft ontvangen die naar haar gemachtigde werden gestuurd. Verzoeker heeft verzocht of de hoorzitting gehouden kan worden op een locatie buiten het stadhuis van de gemeente Twenterand. Gelet op de discretionaire bevoegdheid van de voorzitter van de commissie bezwaarschriften op dit punt is de Ombudscommissie van oordeel dat de voorzitter met diens motivering van de afwijzing van het locatieverzoek in redelijkheid tot deze beslissing heeft kunnen komen. Van een motiveringsgebrek is dan ook geen sprake. Wel is de Ombudscommissie van oordeel dat in de eerdere reacties, te weten de brief van 6 december 2011 en de brief aan de gemachtigde van 19 december 2011 gemotiveerd had moeten worden waarom niet gekozen is voor een andere locatie zoals door verzoeker verzocht. Deze brieven zijn naar het oordeel van de Ombudscommissie onvoldoende gemotiveerd. Voor wat betreft het verzoek van betrokkene om zelf ook de stukken te ontvangen is de Ombudscommissie van oordeel dat nu verzoeker uitdrukkelijk heeft verzocht om ook de stukken toegestuurd te krijgen, hier geen sprake is van een juiste motivering. De Ombudscommissie merkt hierbij op dat mevrouw B. tijdens de hoorzitting verklaart heeft dat desgevraagd de stukken naar betrokkenen zelf verzonden kunnen worden. Met betrekking tot de klacht dat termijnen niet in acht zijn genomen overweegt de Ombudscommissie het volgende. Nu de uitnodiging voor de hoorzitting van 30 november en de datum hoorzitting 15 december 2011 was, zijn de termijnen niet in acht genomen. De Ombudscommissie is van oordeel dat het voortvarend oppakken van het bezwaarschrift een goede zaak is, nu het al lang had gelegen, maar vindt dat het op de weg van het secretariaat van de bezwarencommissie had gelegen om over de datum van de hoorzitting overleg te plegen nu de termijnen van de Verordening niet in acht werden genomen. Nu de termijnen niet in acht zijn genomen, er geen overleg is geweest over de datum hoorzitting, de afwijzing op het locatieverzoek in eerste instantie niet is gemotiveerd en de stukken niet naar verzoeker zijn gestuurd ondanks haar verzoek, is de Ombudscommissie van oordeel dat dit handelen niet de-escalerend heeft gewerkt. Tot slot stelt de Ombudscommissie met betrekking tot de klachtafhandeling dat het niet vaak voorkomt dat er een klacht wordt ingediend tegen een commissie bezwaarschriften. Ook de Ombudscommissie heeft enige moeite gedaan om te achterhalen of het mogelijk was de klacht in behandeling te nemen. De Ombudscommissie is van oordeel dat nu een klacht over een commissie bezwaarschriften zo weinig voorkomt, het niet verwijtbaar is dat hierover niet direct de juiste informatie is verstrekt. De Nationale Ombudsman heeft een verwijsplicht en verzoeker zou- ook al zou ze geen telefonisch contact gehad met de Nationale Ombudsman - zijn doorverwezen naar de Overijsselse Ombudsman. Zij is dus niet in haar belangen geschaad. De Ombudscommissie komt dan ook tot het volgende oordeel: I. Goede motivering: deels onzorgvuldig, deels zorgvuldig. II. Voortvarendheid: onzorgvuldig (bezwaarschriftenprocedure). III. De-escalatie: onzorgvuldig Daarmee is de klacht van verzoeker gegrond. IV. Klachtafhandeling: behoorlijk.
Lees hier het rapport