Afhandeling van schade na diefstal en vernieling op de begraafplaats.

Als vandalen hun slag slaan op een gemeentelijke begraafplaats ontstaat er voor verzoekers schade. Zij spreken de gemeente hierop aan. Het vervolg hapert op diverse punten. 1. Informatie Het is voorstelbaar dat het informeren van rechthebbenden als er schade ontstaat op een begraafplaats soms moeilijkheden oplevert in de zin dat deze personen niet bekend zijn bij de gemeente. In het geval van verzoekster wijzen de feiten er echter op dat er niet echt moeite is gedaan een en ander voortvarend te achterhalen. Dat medewerkers met vakantie zijn of niet op de hoogte zijn is daarbij een reden, maar mag geen excuus zijn. Over het openstellen van de begraafplaats is de informatie van de kant van de gemeente onvolledig geweest. Als de gemeente meldt dat de begraafplaats van zonsopgang tot zonsondergang open is, is het niet verwonderlijk dat betrokkenen constateren dat er dan van uitgegaan kan worden dat hij de rest van de tijd gesloten is. Het is verzoekster pas in januari 2011 duidelijk geworden dat dit anders ligt en de redenen daarvan worden vervolgens helder bij de hoorzitting van de Oo. Niet valt in te zien waarom een en ander niet in een veel eerder stadium naar betrokkenen gemeld kon worden. 2. Aansprakelijkheidsstelling. De Oo is niet bevoegd een oordeel te geven over het al dan niet aansprakelijk zijn van de gemeente voor de ontstane schade. Wel is er een oordeel mogelijk op het punt van het te laat antwoorden en het niet (voldoende) ingaan op argumenten van verzoekster haar brief met de aansprakelijkheidsstelling. De gemeente erkent bij de hoorzitting van de Oo dat het besluit dat op de brief is genomen allereerst te laat was, verder alleen de voor de gemeente cruciale reden bevat om aansprakelijkheid af te wijzen en dat er inderdaad niet is ingegaan op dat wat overigens in de brief is aangevoerd. Dit laatste zal alsnog gebeuren. De Oo stelt dit op prijs, maar de constatering blijft dat een en ander te laat en onvoldoende is afgehandeld. 3. Klachtbehandeling. Op de klachtenbrief van verzoekster volgt een duidelijke brief van de klachtenco?rdinator. Hij geeft de bevoegdheden en de te volgen procedure aan. De Oo constateert dat vervolgens niet naar deze brief is gehandeld. Allereerst blijkt de medewerker die de klacht behandelt, niet goed op de hoogte te zijn van het klachtrecht. De klachtenco?rdinator heeft hierbij naar de mening van de Oo een informerende en controlerende rol. Immers hij beschikt wel over kennis van het klachtrecht. Aan die rol is in casu geen invulling gegeven. Verzoekster heeft aangegeven de beantwoording van haar vragen van groot belang te vinden met het oog op de handelwijze van de gemeente bij vergelijkbare gebeurtenissen in de toekomst . Ook de gemeente lijkt zich daarvan bewust getuige de inspanningen nu een protocol op te stellen. Op geen enkele wijze wordt er echter richting verzoekster blijk van gegeven. Ook is geen informatie verstrekt waarom niet snel gehandeld kan worden. Als verzoekster vraagt om actie, wordt herhaaldelijk aangegeven dat er op korte termijn meer bekend zal worden. Dat blijkt vervolgens niet haalbaar. De redenen daarvoor zijn niet helder. Terugkoppeling naar verzoekster is aan de orde, maar gebeurt niet. De klachtafhandelingsbrief is naar de mening van de Oo van onvoldoende kwaliteit. Er wordt in deze brief in het geheel niet ingegaan op de klachten van verzoekster. De gemeente wijst alleen de aansprakelijkheid nogmaals af. Wel wordt gemeld dat de procedure van klachtbehandeling niet goed is verlopen. Volgens de Oo is dit een reden te meer om dan juist over te gaan tot een duidelijke en algehele behandeling van klachten. Oordeel De Oo komt wat betreft de handelwijze van de gemeente gezien het bovenstaande tot het volgende oordeel 1. Informatie: niet behoorlijk. 2. Afhandeling aansprakelijkheidsstelling: niet behoorlijk, erkend door de gemeente. 3. Klachtbehandeling: niet behoorlijk, erkend door de gemeente.
Lees hier het rapport