Parkeersituatie voldoende duidelijk?

Verzoeker parkeert al enige tijd in de buurt van een restaurant waar hij met enige regelmaat gaat eten. Op 23 juli 2009 heeft verzoeker van Stadstoezicht een bekeuring gekregen omdat hij fout geparkeerd heeft. Inmiddels is voor het terrein een hek aangebracht en zijn er verwijzingsbordjes door het betreffende restaurant geplaatst naar parkeermogelijkheden (in de er naast gelegen parkeergarage) en is de situatie ook voor verzoeker duidelijk. Door middel van het hek behoort het terrein niet meer tot de openbare ruimte. Ten tijde van de bekeuring was er nog geen hek en verzoeker vindt dat hij daar had mogen parkeren. Hij is van mening dat niet duidelijk was dat hij daar niet mocht parkeren en hij geeft aan dat Stadstoezicht hem hierover beter had moeten informeren door bijvoorbeeld het vermelden van de tekst ?niet parkeren? op het wegdek of op borden. De Ombudscommissie is van oordeel dat verzoeker op basis van het parkeerverbodzonebord, dat verzoeker tot twee keer toe is gepasseerd voordat hij de betreffende locatie had bereikt, had behoren te weten dat parkeren alleen is toegestaan op de daarvoor bestemde parkeerplaatsen of in parkeergarages. De Ombudscommissie is dan ook van oordeel dat Stadstoezicht aan haar informatieplicht heeft voldaan door te verwijzen naar de van gemeentewege geplaatste parkeerverbodszoneborden en de situatie voldoende duidelijk is. Wel is de Ombudscommissie van oordeel dat meer uitleg over het begrip openbare ruimte het geheel voor verzoeker duidelijker had gemaakt. Dit had vooral in de klachtafhandeling voor meer duidelijkheid kunnen zorgen. De Ombudscommissie komt dan ook tot het volgende oordeel: De gedragingen van de gemeente zijn ten aanzien van de behoorlijkheidnormen: I. Informatieverstrekking: behoorlijk; Daarmee is de klacht van verzoeker ongegrond. II. Klachtafhandeling: onzorgvuldig
Lees hier het rapport