Het voetpad en de kiwisluis

Verzoeker klaagt er over dat er geen concrete oplossing wordt geboden door de gemeente voor het oneigenlijk gebruik van het voetpad door fietsers, bromfietsen en scooters. De oplossingen die verzoeker aandraagt worden zonder goede motivering aan de kant geschoven. Tot slot vindt verzoeker het te lang duren allemaal. Verzoeker heeft bij de gemeente aangegeven dat naar zijn mening de kiwisluis een goede oplossing zou kunnen zijn zodat fietsers en bromfietsers geen gebruik meer kunnen maken van het voetpad voor zijn woning. De gemeente wijst tussen de regels door de kiwisluis als oplossing van de hand maar zonder een motivering hieraan ten grondslag te leggen. Pas nadat de Ombudscommissie hier bij de hoorzitting naar heeft gevraagd levert de heer B., in september 2011, bij nader schrijven een motivering aan waarom de gemeente geen gebruik wil maken van de kiwisluis. Met betrekking tot de motivering merkt de Ombudscommissie ook op dat in de brieven aan verzoeker betreffende het voetpad de aandacht vooral uit gaat naar personen en persoonlijk belang. Veel belang wordt gehecht aan de veiligheid van rolstoel/scootmobielgebruikers en mensen met kinderwagens. Het belang van de veiligheid voor de bewoners aan het voetpad komt veel minder naar voren, terwijl verzoeker meerdere malen heeft aangegeven dat deze veiligheid in het geding is. Verzoeker geeft ook aan dat hij het gevoel heeft dat de belangen van de bewoners van een nabijgelegen complex, de Elzenhaege, zwaarder worden meegewogen dan de belangen van hem en de andere bewoners aan de Greppelmos. De Ombudscommissie concludeert dat uit de stukken en de verklaringen niet gebleken is dat de mening van de bewoners van de Elzenhaege zwaarder tellen dan die van verzoeker en dat verzoeker ongelijk behandeld zou zijn. Wel merkt de Ombudscommissie op dat door het eerder genoemde motiveringsgebrek, door niet te motiveren waarom de voorgestelde kiwisluis geen goede oplossing zou zijn, wellicht verzoeker een gevoel van ongelijke behandeling heeft gegeven. De Ombudscommissie komt dan ook tot het volgende oordeel: I. Motivering: onzorgvuldig; II. Gelijke behandeling: niet onbehoorlijk. Daarmee is de klacht van verzoeker gedeeltelijk gegrond. III. Klachtafhandeling: onzorgvuldig.
Lees hier het rapport