vraagtekens bij de wijze waarop er een bestemmingsplanwijziging plaatsvond

Verzoekers zetten vraagtekens bij de wijze waarop er een bestemmingsplanwijziging plaatsvond. De gemeente speelt hierbij volgens hen een partijdige rol en dekt fouten uit het verleden toe. Ook geven zij aan dat de bezwaarprocedure die zij voerden in verband met de afwijzing van een handhavingsverzoek niet correct is verlopen. Naar de mening van de Oo kan verzoeker niet met feiten onderbouwen dat de gemeente er ten tijde van de totstandkoming van het bestemmingsplan in 2002/3 bewust op uit is geweest hem te benadelen ten gunste van het dagcentrum voor kinderen met een verstandelijke handicap, c.q. T. Hierbij betrekt de Oo dat verzoeker zelf aangeeft dat er weliswaar steeds overlast was, maar dat die is toegenomen sinds 2008. De Oo kan zich niet aan de indruk onttrekken dat een probleem dat met T. is ontstaan, c.q. verergerd, met terugwerkende kracht wordt gekoppeld aan de totstandkoming van het bestemmingsplan. De aangewezen weg om actie te ondernemen om een eind aan overlast te maken is het indienen van een handhavingsverzoek bij de gemeente. Dan kan worden getoetst of (milieu) regels worden overschreden. Verzoeker heeft dit dan ook gedaan. De gemeente heeft het handhavingsverzoek afgewezen en verzoeker is daartegen in bezwaar gekomen. Zijn bezwaar is ongegrond verklaard. Vervolgens staat er dan beroep open bij de Rechtbank. Om hem moverende redenen heeft verzoeker daarvan afgezien. Het is niet aan de Oo alsnog een oordeel te geven over de vraag of de gemeente al dan niet moet handhaven. De gang van zaken bij de behandeling van het bezwaar is naar de mening van de Oo niet geheel correct geweest op het punt van het horen van partijen in elkaars aanwezigheid. Dit is echter gecorrigeerd. Dat de procedure lang duurde komt mede door de wens van verzoeker om op een andere wijze tot een oplossing te komen. Dat dit niet is gelukt en derhalve de bezwarenprocedure ruim tijd nam, kan nu de gemeente niet worden tegengeworpen. Voor wat betreft het te laat beantwoorden van de brief van verzoeker van januari 2013 constateert de Oo dat de gemeente dit erkent en excuses aanbiedt. De Oo acht hiermee de zaak voldoende afgedaan. Verder is de gemeente bij brief van 9 april 2013 ingegaan op hetgeen verzoeker aan de orde stelde. De Oo acht de beantwoording correct en is van mening dat verzoeker geen feitelijke onderbouwing biedt voor zijn stelling dat de gemeente bewust onjuist informeerde en niet integer handelde. Voor zover hij van mening is dat de gemeente niet correct handelde had verzoeker dit kunnen voorleggen in de daartoe ge?igende procedures voor de rechter. Oordeel De gedragingen van de gemeente zijn ten aanzien van de kernwaarden: Open en duidelijk - Goede motivering: behoorlijk. Eerlijk en betrouwbaar -o.a. integriteit: behoorlijk. Voor wat betreft het welbewust onjuist informeren en het niet integer handelen acht de Oo de klachten van verzoeker dan ook ongegrond.
Lees hier het rapport