Er komt maar geen duidelijkheid over de WOZ-waarde.

Het gaat om onheuse bejegening door een medewerkster van de gemeente in een telefoongesprek. Verder wordt aangegeven dat de gemeente niet correct, c.q. voortvarend, te werk gaat bij de afhandeling van de klacht over bejegening. De belastingconsulent van verzoekster neemt diverse malen met de gemeente contact op over het uitblijven van de WOZ-waardering. Uiteindelijk belt verzoekster zelf. Zij heeft dringend behoefte aan de WOZ-gegevens vanwege haar belastingaangifte die bij de belastingdienst had moeten worden ingediend. Volgens verzoekster heeft de medewerkster die zij aan de telefoon had te kennen gegeven dat zij de toon die verzoekster aansloeg niet ?pikte? en dat daarom een en ander maar schriftelijk moest worden aangevraagd. Verder gaf de medewerkster aan dat zij zelf wel bepaalde wanneer een en ander werd doorgegeven. Hierover dient verzoekster een klacht in. Er volgt een gesprek waarbij wordt toegezegd dat er uiterlijk in week 37 een schriftelijke reactie zal zijn van de kant van de gemeente. Als deze uitblijft, stuurt verzoekster een formulier dwangsom bij niet tijdig beslissen. Een aantal weken later volgt een schriftelijke reactie van de klachtenco?rdinator. Hij geeft aan dat de Wet Dwangsom niet van toepassing is op de klachtenprocedure. Maar er had wel een schriftelijke reactie moeten komen. Er zal alsnog een reactie volgen. Bij de klachtbehandeling blijkt: het telefoongesprek had niet moeten verlopen zoals het is gegaan. Van beide kanten waren er irritaties. Toch had de medewerker correct moeten handelen. Zij is hierop aangesproken. Er wordt van uitgegaan dat er sprake is van een incident. Ook is de klacht besproken in het Team Belastingen om dit soort situaties in de toekomst zo veel mogelijk te voorkomen. Verzoekster heeft gewezen op andere ervaringen met de gemeente waarbij het lang duurde voordat de behandeling door de gemeente was afgerond. Het gaat dan om een bouwaanvraag en een aanvraag vervoersvoorziening en huishoudelijke hulp. De gemeente betreurt deze ervaringen en geeft aan dat de signalen hierover op prijs worden gesteld en zullen worden meegenomen bij verbetering van het gemeentelijk dienstverleningsconcept. Volgens de Oo had de gemeente om de kwestie helemaal goed af te ronden ook excuses kunnen aanbieden, ook al zal het zo zijn dat er van beide kanten irritaties waren. Over de dienstverlening in het algemeen door de gemeente jegens haar burgers kan de Oo geen oordeel geven. Wel staat ter beoordeling de klachtafhandeling richting verzoekster. Dat er expliciet richting verzoekster sprake zou zijn van vooringenomenheid is de Oo niet gebleken. De Oo stelt vast dat er bij de afhandeling van de klacht van verzoekster niet correct is gehandeld als het gaat om: Hoor en wederhoor; Verslag van het horen; Afdoeningstermijn; Afdoeningsbrief. Oordeel Wat betreft correcte bejegening komt de Oo tot het oordeel dat er onvoldoende zorgvuldig is gehandeld, wat door de gemeente erkend is. Als het gaat om de klachtbehandeling acht de Oo deze niet behoorlijk.
Lees hier het rapport