Illegale dakterrassen. Verzoekers verwijten de gemeente dat zij een gedane toezegging om op te treden tegen illegale dakterrassen niet is nagekomen.

Verzoekers werden door de gemeente gedwongen om wegens strijd met het bestemmingsplan en onder oplegging van een dwangsom het door hen op hun carport ingerichte dakterras te verwijderen. Uiteindelijk oordeelde de Voorzieningenrechter hierover, waarbij het handhavend optreden rechtmatig werd bevonden. In de uitspraak stond ook dat het college ter zitting uiteen had gezet dat tegen andere dakterrassen die niet kunnen worden gelegaliseerd, overeenkomstig het gemeentelijke handhavingsbeleid zal worden opgetreden. Toen verzoekers hierom vroegen luidde het antwoord dat tegen bouwwerkzaamheden die voor 1999 hebben plaatsgevonden cq. tegen overtredingen welke al een geruime tijd aanwezig zijn (voor 1999) , in beginsel niet wordt opgetreden. Verzoekers geven aan dat zij in de beroepsfase een lange lijst van soortgelijke gevallen (andere illegale dakterrassen) hebben overgelegd en dat deze individuele gevallen niet besproken zijn. Zij wijzen ook op het proces-verbaal van de zitting bij de Voorzieningenrechter waaruit blijkt dat door de gemeente het volgende is gesteld: De door verzoekers aangehaalde terrassen worden nog beoordeeld op basis van de toe te passen matrix en op basis van de uitkomsten daarvan worden vervolgstappen genomen? en ?Op dit moment is er meer aandacht voor handhaving en daarvoor heeft de gemeente extra mensen aangenomen?. De Ombudscommissie overwoog dat uit die mededelingen, gedaan in een formeel-juridische procedure, ten overstaan van een rechterlijke instantie, verzoekers terecht de verwachtingen mochten ontlenen dat de gemeente een actie in gang had gezet of nog zou zetten met betrekking tot de door hen opgevoerde illegale dakterrassen. Over de beoordeling van andere dakterrassen is niet meer concreet met verzoekers gecommuniceerd. Dit had de gemeente wel - en op eigen initiatief - moeten doen. Oordeel: De Ombudscommissie oordeelt dat de gemeente niet behoorlijk heeft gehandeld door de bij de Voorzieningenrechter gedane mededeling over de beoordeling van dakterrassen niet als toezegging te zien en door over de uitkomsten van die beoordeling niet (op eigen initiatief) met verzoekers te communiceren.
Lees hier het rapport